Een week na de dood van Benazir Bhutto kan de voorlopige balans worden opgemaakt: de Amerikaanse strategie ten aanzien van Pakistan is mislukt en de problemen van de NAVO in Afghanistan dreigen onoverzichtelijker te worden.
Tot nu toe lijkt de chaos mee te vallen, hoewel in de provincie Sindh, de thuisbasis van de Bhuttos, verkiezingskantoren in vlammen opgingen. De oppositieleiders in Pakistan moeten nu de kalmte zien te bewaren. Het was een slimme, maar symbolische zet om Benazir zoon Bilawal als de nieuwe partijleider naar voren te schuiven omdat dit voorlopig chaos binnen de partij kan voorkomen. En Shariff, de andere oppositieleider, polariseert ook niet.
Maar meer dan hopen dat de situatie enigszins hanteerbaar blijft tot na de nieuwe verkiezingen kan de internationale gemeenschap niet.
Direct na de aanslag constateerde president Bush dat extremisten Pakistan’s democratie trachten te ondermijnen. Ook op CNN zag ik een lange stoet regeringsleiders en andere hoogwaardigheidsbekleders die niet verder kwamen dan hun zorg uitspreken over de prille Pakistaanse democratie.
Treuren over Pakistan’s democratie moet met een korrel zout worden genomen. Onderminister van buitenlandse zaken Negroponte zou volgens de Washington Post in september tegen Musharraf hebben gezegd dat de Amerikanen achter hem staan, mits hij een democratisch sausje over zijn regime zou gieten in de vorm van de pro-Amerikaanse Bhutto als premier. Die Pakistaanse democratie is dan ook niet van belang; het Pakistaanse kernwapen en de effecten die de aanslag heeft op extremisten en daarmee op buurland Afghanistan des te meer.
Bush vergat te zeggen dat door Bhutto’s dood zijn Pakistanbeleid failliet is. In december schreef de New York Times dat de Amerikanen de afgelopen jaren vijf miljard dollar uittrokken voor de strijd van Pakistan tegen Al Qaeda in het grensgebied met Afghanistan, maar dat veel van dat geld naar de strijd in Kasjmir en de verdediging tegen India ging. Ook investeerden de Amerikanen ruim 100 miljoen dollar in de bescherming van Pakistaanse kernwapens. Helaas ging het niet om het beschikbaar stellen van het geavanceerde Amerikaanse PALS-systeem waardoor een kernwapen niet ongeautoriseerd kan worden gebruikt. Het geld ging naar de verbetering van bewaking. De Pakistaanse autoriteiten geven nauwelijks inzicht hoe het geld precies is gespendeerd, dus moeten de Amerikanen de Pakistani maar vertrouwen dat het wel snor zit met de veiligheid van die kernwapens.
De Amerikanen konden en kunnen niet anders dan Musharraf steunen, want hij controleert de kernwapens, het leger en de veiligheidsdienst. Maar zijn positie is na Bhutto’s dood verder verzwakt. En dat in en land waar nog steeds 38 procent van de bevolking achter Bin Laden staat, 30 procent achter Musharraf, en slechts 15 procent de Verenigde Staten ziet zitten.
Of Bin Laden nu wel of niet achter de aanslag zit doet niet ter zake, omdat elke extremist de moord als een enorme stimulans in de strijd tegen Musharraf en het westen, vooral Amerika, zal beschouwen. Het meest verontrustend is dat er al geruime tijd aanwijzingen zijn dat extremisten in het grensgebied met Afghanistan –Al Kaida, Talibaan en de Hezb-i-Islami Gulbuddin – hun activiteiten intensiveren, beter coƶrdineren en Pakistan steeds meer als de place to be beschouwen. De rekrutering van Pakistani zelf verloopt steeds beter. De stammen in het grensgebied worden steeds gastvrijer en vijandiger tegen het westen en de Pakistaanse autoriteiten. Nadat Al Kaida door de Iraakse bevolking is uitgekotst, ruiken extremisten nu de overwinning in Pakistan, waarna zij hun strijd in Afghanistan kunnen concentreren.
Ik herhaal daarom nog maar eens de woorden waarmee ik een column in juli beĆ«indigde: ‘Pakistan ontwikkelt zich in hoog tempo tot de grootste uitdaging voor de internationale gemeenschap van de afgelopen vijftien jaar’.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.