De olieprijs heeft even boven de honderd dollar per vat gepiekt. Dat is geen verrassing roept het Internationaal Energie Agentschap.
Die honderd dollar per vat is voor de IEA slechts een symbolisch cijfer dat vooral gezien moet worden als een herinnering voor overheden en consumenten dat er snel maatregelen moeten worden genomen die leiden tot grotere efficiëntie bij energiegebruik.
Woensdag werd de olieprijs boven de magische grens van honderd dollar gedrukt door problemen in olieland Nigeria. Rebellen in het oliecentrum Port Harcourt zorgden voor vrees voor een stokkende olieaanvoer. Die Afrikaanse problemen vielen daarbij samen met zeer slecht weer in de Golf van Mexico en een tegenvallende olie-export van Mexico. Daarmee is de olieprijsstijging op de zeer korte termijn zo ongeveer wel verklaard.
De IEA wijst er in zijn reactie op dat record op dat de olieprijs al maandenlang op een zeer hoog niveau is en daarvoor zijn de Nigeriaanse rebellen niet verantwoordelijk. Denktank IEA geeft voor die hoge prijs als verklaring dat de stijgende olieprijs (in dollars) niet los gezien kan worden van een aanzienlijke daling van de dollar. Het afgelopen jaar is een vat dollar (van 159 liter) zestig procent duurder geworden, de dollar is in een vrije val geraakt. Veel Opec-landen, waaronder Venezuela hebben geen enkele behoefte om de olieprijs te drukken als daardoor de inkomsten voor de staatskas teruglopen. Saoedi-Arabië echter, de leider van het Opec-kartel, heeft laten weten de oliekraan wat te openen als de prijs verder oploopt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.