*

 

12 juni / Sjachrijnslak

Koos Dijksterhuis − 12/06/08, 00:34

Een jaar of tien geleden verkeerde ik in de veronderstelling dat mijn duur gekochte gouden regen kaal werd door een ziekte of misschien door naaktslakken. Niet dat ik naaktslakken op de gouden regen aantrof, terwijl die wel veel op het gras en tussen de planten kropen.

Huisjesslakken daarentegen zaten altijd op de gouden regen. Maar ik geloofde dat huisjesslakken uitsluitend dode plantenresten aten en nog liever algen van takken en muren graasden. Daarom zag ik ze soms ook hoog op een blinde, stenen muur. Daarom zouden ze ook op de gouden regen zitten. Ze bevrijdden mijn gouden regen van algen! Ook zouden ze de eitjes van naaktslakken eten, goed werk, want naaktslakken vraten mijn lupines en andere planten op.

Hoe een mens de waarneembare werkelijkheid toch zo weet te interpreteren, dat hij feilloos past in de mal die door vooroordelen en geloof is gegoten. Ik geloofde in de huisjesslak en dus kon hij geen kwaad doen al vrat hij mijn geliefde gouden regen voor mijn ogen op.

Toen de verschrikkelijke waarheid tot me doordrong, was het te laat. Ik snoeide de aan naburige meidoorns en knipte per ongeluk de laatste groene gouden regentak af. De twee kale stammetjes die nog jaren de lucht in staken, waren geliefde nazomerse rustplekken voor platbuiken in de avondzon. Platbuiken zijn breedgebouwde libellen.

We verhuisden en ik kocht opnieuw een gouden regen. Weer werd en wordt hij belaagd door horden huisjesslakken. Segrijnslakken zijn de gretigste slavreters. Leven en laten leven, vooral de gouden regen. Weg met die slakken. Ik plukte er gisteren een joekel af. Die ging even in een pannetje kokend water. Lekker hoor!

mailIcon print |