Het klimaat warmt op. Sommige vogels dreigen uit te sterven, tenzij wij tijdig zorgen voor nieuwe leefgebieden waar ze voorlopig mee voort kunnen.
Dat vogels komen en gaan hoeft echt niet uitsluitend aan het veranderen van ons klimaat te worden toegeschreven. Nederlands cultuurland verandert ook. De slangenarend verdwijnt uit Spanje en Griekenland. Dat is wel een gevolg van de klimaatverandering, meent de nieuwe Climatic Atlas of European Breeding Birds (Lynx Editions, 60 euro). In de atlas is van elke Europese vogel te zien hoe het leefgebied qua klimaatcondities verhuist. Vaak naar het noorden, soms naar het oosten.
De ruigpootbuizerd en de rosse grutto zien hun mogelijke broedgebied halveren. De drieteenstrandloper kan van Lapland alleen nog op het zeer noordelijke Franz Josefland terecht. De kleine strandloper misschien nog op Nova Zembla.
Voor de atlas is een computermodel gemaakt dat verband legt tussen de aanwezigheid van broedvogels en de verwachte gemiddelde temperatuur en neerslag. Als ze het huidige klimaat invoeren verschijnt een mogelijk broedgebied dat overeenkomt met de echte verspreiding, plus een lap grond erbij. Want er zijn zoveel meer voorwaarden waaraan een leefgebied moet voldoen. Het weer kan in centrum Amsterdam precies goed zijn, dat maakt die stad nog geen broedgebied voor de korhoen.
Krijgen onze kleinkinderen straks vaak een slangenarend te zien? Het lijkt me sterk. In Nederland zijn maar een paar gebieden met veel slangen. In het Fochteloërveen komen alle drie de Nederlandse slangen vrij algemeen voor. Die twee slangenarenden wisten het te vinden. Of alle slangarenden dat geluk hebben?
Ook voor hop, bijeneter en tientallen andere vogels van cultuurland zou het hier warm genoeg kunnen worden. Maar de hop heeft grote insecten nodig, rupsen, mestvaalten. En voor grote insecten, rupsen en mestvaalten is geen plaats meer op ons steriele platteland.
Aan klimaatverandering valt weinig te doen. We kunnen op ons best bereiken dat we ooit minder broeikaseffect sorteren. Het wrange is dat klimaatverandering wordt gebruikt als een dooddoener. Minder blauwe kiekendieven? Zal wel aan het klimaat liggen. Meer zilverreigers? Klimaat! De kleine zilverreiger maakte inderdaad een spectaculaire opmars vanuit Zuid-Europa. Die viel samen met minder jacht en dus groeiende aantallen. Nog steeds leeft deze fraaie vogel ook in het zuiden; het is dus niet zo dat hij door de hitte naar het noorden is verjaagd.
Grote zilverreigers kwamen uit het oosten aangevlogen. Over grote zilverreigers toont de atlas de verspreiding van dertig jaar geleden. Nederland is blanco, terwijl die fraaie vogel Nederland ondertussen overspoeld heeft. Klimaat? Zijn ze dan uit de warme Balkan verdwenen? Nee.
De zilverreigers genieten in Nederland ongetwijfeld van de moerassen die er de laatste jaren bijgekomen zijn. Geef vogels een broedplek en voedsel, zeker nu het klimaat voor nog een dreiging zorgt. Als vogels nog minder leefgebied krijgen door veranderend klimaat, is dat reden te meer om het bestaande leefgebied te bewaren, en mogelijkheden te bieden voor de verhuizing naar het noorden. Dan gaat het meer om vogels van het cultuurland. Want die kampen bijna allemaal met schrikbarend ruimteverlies.
Als een nieuw leefgebied langzamer opwarmt dan het oude leefgebied verdwijnt, kan er tijdelijk geen geschikt klimaat zijn voor een vogelsoort. Later misschien weer wel, maar dan is de vogel al foetsie. En als vogels in het noorden het beloofde land vinden met nestgelegenheid en voedsel, moeten ze nog zien te wennen aan andere roofdieren.
Ik hou mijn hart vast. Maar één voordeel biedt de opwarming wel: overal in Nederland kun je de blauwrode schicht van een ijsvogel zien.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.