Dezer uren komt in de drie noordelijke provincies het streekvervoer weer op gang. Dat is goed nieuws voor de busreizigers in dit deel van het land, maar ze moeten snel op pad. Het door de rechter opgelegde stakingsverbod geldt alleen de ochtend- en avondspits. Daar tussenin, en elders in het land het etmaal rond, staken de chauffeurs onverdroten voort.
Daarmee worden de maatschappelijke gevolgen van de stakingen, die hun twaalfde dag ingaan, onaanvaardbaar groot. Het is evident dat een snelle oplossing niet in het verschiet ligt. Het beste is om, zoals oud-minister Klaas de Vries vrijdag suggereerde, als de wiedeweerga een overbruggings-cao af te sluiten. Zodoende ontstaat een bezinningsjaar om een oplossing te vinden voor structurele weeffouten in de markt van het streekvervoer.
Hopelijk onttrekt staatssecretaris Huizinga zich, in de brief die ze naar verwachting vandaag naar de Tweede Kamer stuurt, niet aan de verantwoordelijkheid van de overheid. Uiteindelijk moeten provincies, werkgevers en bonden het samen zien te rooien. Maar dat is nu te veel gevraagd. Uit de analyse die De Vries van het conflict maakte, blijkt klip en klaar dat de landelijke overheid steken heeft laten vallen. Het speelveld is daardoor dusdanig veranderd dat de vervoerders worden opgezadeld met kosten die ze ten tijde van de aanbesteding niet konden voorzien.
Zo heeft de overheid sindsdien het commercieel aantrekkelijke vervoer in de drie grootste steden uitgezonderd van de marktwerking. In het regeerakkoord is de rijksbijdrage aan de provincies - opdrachtgever voor het streekvervoer - teruggeschroefd. Het zelfde geldt voor een door het kabinet redelijk geachte prijsverhoging van de strippenkaart. Die werd door de Tweede Kamer te hoog bevonden. Voor de vervoerders betekent dat minder inkomsten, terwijl de brandstofprijzen omhoog schieten.
Natuurlijk kan de overheid niet elke tegenvaller opvangen met een zak geld. Een zeker bedrijfsrisico is onontbeerlijk voor een goed functionerende markt. Dat het streekvervoer in dat opzicht veelbelovend is, maakt De Vries ook duidelijk: grosso modo zijn de kosten van het streekvervoer omlaag gegaan, en de prestaties omhoog. Maar overheidsgeld is nu wel een noodzakelijk en gerechtvaardigd smeermiddel om uit de impasse te komen. Vervolgens is het zaak nieuwe spelregels te vinden, bijvoorbeeld voor de kostenverdeling bij onverwachte stijgingen van de brandstofprijs. Want het is onbestaanbaar dat die, zoals nu dreigt te gebeuren, worden afgewenteld op de chauffeurs.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.