*

 

Q-koorts grijpt snel om zich heen in Brabant

Marten van de Wier − 12/06/08, 00:16

Geitenhouderijen zijn mogelijk de oorzaak van het grote aantal besmettingen bij mensen. De regering heeft een meldingsplicht ingesteld voor geïnfecteerde bedrijven.

In Brabant zijn 145 mensen besmet met de Q-koorts. Dat maakte de GGD gisteren bekend. Ook in de regio Nijmegen zijn 33 gevallen gemeld. Normaal zijn er jaarlijks in heel Nederland slechts ongeveer twintig meldingen. Vooral geiten en schapen brengen de Q-koorts op de mens over. „Vroeger was de Q-koorts een beroepsziekte bij boeren”, zegt Jos van de Sande, manager bij de GGD Hart voor Brabant. „Nu breidt de ziekte zich uit over Nederland.”

Boeren en veeartsen zijn vanaf nu verplicht om verschijnselen van de koorts te melden. Ernstig besmette bedrijven mogen geen mest meer uitrijden over het land. De ministers Verburg van landbouw en Klink van volksgezondheid proberen zo de ziekte te beteugelen. De GGD is blij met de maatregelen, maar er is volgens Van de Sande meer nodig. „Als een boer de ziekte meldt, krijgt hij wel problemen met zijn mestverwerking. Daarvoor moet een oplossing komen.”

In Nijmegen komt de Q-koorts vooral voor bij patiĆ«nten en medewerkers van een GGZ. Daar liepen schapen rond die de koorts bleken te hebben. Verder concentreert de ziekte zich in de gemeenten Oss, Landert, Uden en Bernheze in Noord-Oost-Brabant. Dat is de omgeving van het dorpje Herpen, waar vorig jaar al 76 mensen ziek werden. Dorpelingen verdachten een geitenhouderij in de omgeving ervan de besmettingsbron te zijn, maar de ziekte werd bij de dieren daar niet aangetroffen. De GGD weet niet of de nieuwe uitbraak een gevolg is van die van vorig jaar. „Mensen die besmet waren kunnen de ziekte hebben overgebracht naar andere boerenbedrijven”, speculeert Van de Sande.

De uitbraak van Q-koorts dit jaar is voorzover bekend de grootste ooit. Van de Sande kan alleen gissen waarom de ziekte nu zo massaal de kop op steekt. „Misschien zijn er steeds meer geiten- en schapenhouderijen gekomen.” Roel Coutinho, directeur infectieziekten bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, denkt dat het vooral te maken heeft met het grotere aantal mega-geitenhouderijen. „Die bevinden zich met name in Brabant en Gelderland.”

Volgens Van de Sande is een deel van het grote aantal meldingen te verklaren doordat huisartsen in de regio eerder aan Q-koorts denken sinds de uitbraak in Herpen vorig jaar. Voorheen werd de koorts vaker voor een gewone griep aangezien. Maar ook het nu bekende cijfer is volgens hem ’slechts het topje van de ijsberg’. „Als huisartsen in West-Brabant en Drenthe alerter zouden zijn op de ziekte, zou die daar ook meer worden aangetroffen.”

mailIcon print |