*

 

’Speel open kaart over kosten zorg’

Nicole Lucas, redactie gezondheid − 12/06/08, 00:14

De AWBZ-uitgaven groeien en een ingreep lijkt onvermijdelijk. Hoogleraar Schrijvers pleit voor duidelijkheid. Wie betaalt als een oudere vaker dan één keer per week onder de douche wil?

  • Bezuinigingen op AWBZ ophanden
  • Het zijn de mensen in zowel klein- als grootschalige instituten die het grootste beslag leggen op AWBZ-voorzieningen: chronisch psychiatrische patiënten, kwetsbare ouderen, mensen die vanaf hun geboorte gehandicapt zijn. Daar gaat de bulk van het geld naar toe, zegt Guus Schrijvers, hoogleraar structuur en functioneren van de gezondheidszorg aan het UMC Utrecht. Maar in de discussie over de groei van de uitgaven gaat het nu vooral over de mensen met een persoonsgebonden budget (pgb), die geld krijgen om zelf zorg te regelen, constateert hij.

    Ze worden de laatste tijd nogal eens verdacht gemaakt, merkt hij. Politici komen met verhalen over mensen die met een pgb een weekje op vakantie gaan of vrienden meenemen naar de film. En laten daar meestal een verontwaardigd „daar is de AWBZ niet voor bedoeld” op volgen. Het ergert Schrijvers. „Er wordt een beeld gecreëerd van chronisch zieken die als bijen op de honing afkomen. Er zal best wel eens misbruik worden gemaakt, maar voordat mensen om hulp vragen hebben ze vaak al jaren getobd. En als je echt meent dat er zoveel misbruik is van die voorziening, laat dan onderzoek doen, maar blijf niet in de anekdotes steken.”

    Meer nog stoort deze discussie hem omdat hierdoor de wezenlijke vraag omzeild wordt hoe het verder moet met de AWBZ. „Het is een afleidingsmanoeuvre. De bedragen die worden besteed aan pgb’s zijn marginaal. Er komen simpelweg steeds meer chronisch zieken, steeds meer ouderen, mensen die het met een pgb echt niet redden. Dat is een gegeven, daar is weinig aan te doen.”

    Maar dat betekent, aldus Schrijvers, dat duidelijk moet worden welke zorg we willen voor ouderen, zieken en gehandicapten. En, in samenhang daarmee, hoeveel geld we daarvoor over hebben. „In de begroting van het kabinet voor 2008 wordt uitgegaan van een groei van de AWBZ-uitgaven van één procent. Dat is, gelet op de vergrijzing, heel weinig. Het wordt niet beargumenteerd.”

    De AWBZ moet een verzekering worden met een glasheldere polis, stelt hij. „Je kunt zeggen: we maken van de AWBZ een voorziening als de AOW. Die is best goed, we zijn er trots op dat Drees dat vijftig jaar geleden heeft geregeld, maar het is geen vetpot. Veel mensen zorgen dan ook zelf voor een aanvullend pensioen. Voor de AWBZ kan dat betekenen: in een verpleeghuis heb je recht op een douchebeurt per week, wie iedere dag in bad wil, moet dat zelf regelen. Of dat in instellingen van gehandicapten vier mensen op een kamer weer de norm wordt. En dat wie voor zijn kind iets beters wil, zelf verantwoordelijk is. Je kunt zeggen, dat is sneu, maar het is tenminste duidelijk waar de overheid verantwoordelijk voor is en wat mensen zelf moeten betalen. We kunnen natuurlijk ook zeggen dat we dat niet genoeg vinden, maar dat heeft dan wel financiële consequenties.”

    Om dergelijke beslissingen te kunnen nemen, is een openheid nodig die Schrijvers node mist. „Bussemaker komt vrijdag met maatregelen om de groei van de AWBZ te beperken, maar ik ben bang dat ze niet door de zure appel heen durft te bijten en in vage termen blijft spreken.” Terwijl je, meent Schrijvers, natuurlijk best kunt uitleggen dat er bezuinigd moet worden, omdat ook leraren geld moeten hebben en de politie. Of juist dat betere zorg meer geld vereist. „Volgens mij is de bevolking ook best bereid om meer te betalen, als je maar open kaart speelt. Maar zolang dat niet het geval is, hobbelt de discussie over de AWBZ van incident naar incident.”

    mailIcon print |