De minister van defensie Eimert van Middelkoop is een tevreden mens. Deze week installeerde hij een ambtelijke denktank die de krijgsmacht gaat doorlichten.
Naar zijn stellige overtuiging zal deze ’strategische verkenning’ er als vanzelf toe leiden dat het defensiebudget structureel zal worden verhoogd. Dan kan er eindelijk een streep worden gezet onder het jaarlijkse passen en meten om de eindjes aan elkaar te knopen.
We helpen het de minister hopen. De bevordering van de internationale rechtsorde prijkt gelukkig nog altijd prominent in onze Grondwet en daar hoort (om met de minister te spreken) in het huidige tijdgewricht een moderne, robuuste en geloofwaardige krijgsmacht bij. Zo’n krijgsmacht is nodig om als welvarend land volwaardig deel te kunnen nemen aan vredesmissies, waar ook ter wereld. Nog afgezien daarvan, het is ook een eis die het lidmaatschap van de Navo met zich meebrengt. Volgens dit bondgenootschap zouden we twee procent van het nationaal inkomen aan defensie moeten besteden, terwijl we er in werkelijkheid niet meer dan 1,4 procent voor over hebben.
De tevredenheid van de minister steekt echter povertjes af bij de politieke stand van zaken. Die wijst uit dat er allerminst overeenstemming bestaat over het soort krijgsmacht waarover wij dienen te beschikken, laat staan dat vaststaat welk defensiebudget daarbij hoort. Het enige wat vaststaat is dat de politiek na de val van de muur in 1989 gretig het vredesdivident incasseerde: een krijgsmacht zoals we die hadden was niet meer nodig. In plaats daarvan schakelden we ten dele over op vredesmissies, maar hoe en in welke omvang we daaraan invulling moeten geven bleef onderwerp van politieke strijd.
Het resultaat is dat we op alle fronten ijzers in het vuur houden: èn een full dressed marine, èn een ultra moderne luchtmacht (denk aan ons commitment met het nieuwe JSF-vliegtuig) èn een omvangrijke landmacht. Bijna alsof we de Koude Oorlog nog moeten winnen en daarnaast de vredesmissies erbij zijn gaan doen. Zoveel ambitie is een beetje al te veel van het goede. Er zullen daarom keuzen moeten worden gemaakt en hier te lande is er maar één instantie die dat vermag, dat is de politiek.
Helaas, daartoe is de politiek niet in staat. Het enige wat de minister kan verzinnen is het project ’strategische verkenningen defensie’ optuigen dat over een paar jaar een advies oplevert, zodat een volgend kabinet de kastanjes uit het vuur mag halen. Ondertussen mag een tevreden minister als vanouds de eindjes aan elkaar blijven knopen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.