*

 

Hopelijk leest de elite Tjeenk Willinks verslag, voor het te laat is

Door: redactie − 12/04/08, 01:53

Welk nut heeft het de vrijheid van meningsuiting hoog op het schild te heffen en het vrij en onbewimpeld kunnen zeggen wat je denkt tot hoogste waarde te verheffen, als de politiek vervolgens geen kans ziet over zaken die het volk bezighouden een stevig debat te voeren, uitmondend in het trekken van al dan niet voorlopige conclusies?

In de kern is dit de brandende vraag die de vicevoorzitter van de Raad van State, Herman Tjeenk Willink, al jarenlang bezighoudt en waarvoor hij deze week nog eens indringend de aandacht vroeg bij de presentatie van het jaarverslag van dit Hoge College van Staat. Er vielen zware woorden als: publieke onrust, afkalvend vertrouwen, woekerende maatschappelijke tegenstellingen, groeiende polarisatie, culminerend in de onthutsende vaststelling: de burger voelt zich door het huidige politieke bestel niet langer vertegenwoordigd. Daarmee is de democratische rechtsstaat op losse schroeven komen te staan.

Dat zijn inderdaad zware woorden, maar één blik op de opiniepeilingen leert dat er weinig mee miszegd is. Uit die peilingen blijkt dat het vertrouwen in het kabinet laag is. En er blijkt tevens uit dat de drie voornaamste peilers onder het bestel, de politieke partijen CDA, PvdA en VVD, samen niet meer in staat zijn een meerderheid te vertegenwoordigen. Op geen stukken na zelfs. Ook dat is nog nooit eerder vertoond in de na-oorlogse geschiedenis. De kiezer vestigt zijn hoop op de flanken van de politiek, op Verdonk en Wilders ter rechterzijde en op Jan Marijnissen van de SP ter linkerzijde.

De politiek zou dit tij kunnen keren door het voeren van een herkenbaar debat, en het vermogen dat te doen uitmonden in (voorlopige) conclusies. Maar telkens weer blijken de gevestigde partijen daartoe niet in staat. In termen van Tjeenk Willink: daarvoor zijn ze te veel deel gaan uitmaken van de bestuurlijke elite, in casu de uitvoerende macht. Het parlement laat zich opsluiten in een regeerakkoord, offert zich op op het altaar van het bestuur. Terwijl voor een goed debat bestuur en politiek juist uit elkaar getrokken moeten worden. Met bureaucratisch-bedrijfsmatige logica valt immers onmogelijk politiek te bedrijven. Zo constateert de Kamer zelf in het rapport van de commissie-Dijsselbloem.

En daarmee doemt het beeld op van een zich op een afkalvend eiland verschansende-, bestuurlijk ingestelde elite, die het wanhopig moeten opnemen tegen het populistisch tij van de simpele oplossingen. Hopelijk leest die elite dit keer wel het jaarverslag van Tjeenk Willink, voor het te laat is.

mailIcon print |