Het gerechtshof in Den Haag heeft vrijdag de strafzaak in hoger beroep tegen Samir A. aangehouden tot dinsdag om alsnog twee officieren van justitie als getuige te kunnen horen. Een van de advocaten van A., Victor Koppe, wil aan de hand van die verhoren kunnen vaststellen of officier van justitie Koos Plooij meineed heeft gepleegd.
Plooij legde afgelopen dinsdag als getuige een verklaring af in de zaak, over mogelijk gesjoemel met een verklaring van een belangrijke getuige. Plooij was officier in een andere grote terreurzaak, tegen de zogeheten Hofstadgroep.
Door de beslissing van het hof is het voor vrijdag geplande requisitoir van het Openbaar Ministerie uitgesteld tot 1 september. Het hof houdt zitting in de justitiebunker in Amsterdam-Osdorp.
Om helderheid in de kwestie te krijgen zal het hof de beide officieren in de zaak tegen Samir A. en vier medeverdachten, Bart den Hartigh en Alexander van Dam, als getuige horen. Koppe noemde de mogelijkheid dat Plooij onder ede zou hebben gelogen „buitengewoon ernstig”.
Hij vermoedt dat het OM ontlastende informatie uit het dossier heeft willen houden. Voorafgaand aan het verhoor van Den Hartigh en Van Dam krijgen Koppe en zijn mederaadslieden het door de griffier van het hof uitgewerkte verhoor van Plooij, om te kunnen controleren wat Plooij dinsdag precies heeft gezegd.
De rechtbank veroordeelde A. tot acht jaar cel, wegens het voorbereiden van aanslagen op politici en op het gebouw van inlichtingendienst AIVD. Het OM had vijftien jaar geƫist, omdat A. en de zijnen een terroristische organisatie zouden hebben gevormd.
De rechtbank vond het bewijs hiervoor niet geleverd en sprak de verdachten daarvan vrij. Het OM tekende hoger beroep aan tegen het vonnis. In een andere strafzaak is Samir A. veroordeeld tot vier jaar cel, eveneens wegens het beramen van terreuraanslagen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.