Helderheid over het vereiste niveau vergroot de kwaliteit van het onderwijs. De overheid moet dat niveau vaststellen, luidt een advies.
De kwaliteit van het onderwijs kan omhoog als de overheid precies gaat voorschrijven wat leerlingen op verschillende momenten in hun onderwijsloopbaan moeten kennen en kunnen. Dat stelt een groep deskundigen in een advies aan de staatssecretarissen Dijksma en Van Bijsterveldt, beiden van onderwijs.
Tot nu toe ligt er niet veel vast over het niveau dat scholen met hun leerlingen moeten bereiken. Dat moet veranderen, zo luidt het advies, in elk geval als het gaat om rekenen en taal. Volgens de zogeheten expertgroep doorlopende leerlijnen, die het advies opstelde, is het hoog tijd voor dit ’omslagpunt’ in het onderwijsbeleid.
Aandacht voor het vereiste niveau is nodig om de kwaliteit van het onderwijs beter te waarborgen. Dat is nodig, want er zijn ‘signalen’, zo stellen de experts voorzichtig, dat er ‘op onderdelen’ sprake is van niveauverlies. In elk geval hebben te veel jongeren die aan het mbo of hbo beginnen moeite met lezen, spellen en rekenen.
Het advies van de expertgroep valt in vruchtbare bodem. Het kabinet had bij zijn start al afgesproken dat er duidelijkheid moet komen over het niveau dat leerlingen moeten bereiken. De experts kregen de opdracht die doelstelling verder uit te werken en stelt nu voor niet alleen het eindniveau, maar ook tussenniveaus te bepalen.
Door op elkaar aansluitende niveaus vast te stellen, worden de drempels tussen bijvoorbeeld basisschool en voortgezet onderwijs minder hoog, verklaart voorzitter Heim Meijerink van de expertgroep. „Bovendien bieden die niveaubeschrijvingen houvast aan leraren.”
De expertgroep heeft daarom voor vier tijdstippen beschreven wat leerlingen op het gebied van taal en rekenen onder de knie moeten hebben: aan het eind van de basisschool, van het vmbo, van mbo-niveau 4 of havo en van het vwo. Voor elk van die momenten heeft ze een basisniveau vastgesteld; dat zouden de meeste leerlingen moeten halen. Daarnaast heeft ze ‘streefniveaus’ bepaald die voor betere leerlingen haalbaar moeten zijn.
Het tweede niveau, aan het eind van het vmbo, is volgens de expertgroep het minimum voor elke burger om volwaardig te kunnen functioneren in de samenleving. Voor dat niveau is het bijvoorbeeld een vereiste om een tweedimensionale afbeelding te kunnen begrijpen en bewerken of ’zeer eenvoudige volwassenenliteratuur’ te kunnen lezen.
De beide staatssecretarissen spraken gisteren van een ‘zeer welkom’ advies; komend voorjaar zullen ze laten weten hoe ze de uitvoering ervan zullen aanpakken. Volgens de expertgroep zelf kost uitvoering van haar advies de komende vier jaar minstens 64 miljoen euro. Dat geld is nodig voor onder meer nascholing en het ontwikkelen van toetsen.
Daar komt nog bij dat sommige groepen leerlingen meer onderwijstijd nodig zullen hebben om de vereiste niveaus te halen; ook dat kost geld.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.