Veel problemen zijn er niet, beaamde premier Balkenende naar aanleiding van kabinetsbesluit het dragen van de boerka in de openbare ruimte terug te dringen. Maar, voegde hij eraan toe, het is een vraagstuk dat veel politieke aandacht krijgt.
Niet duidelijker had hij kunnen aangeven dat het besluit vooral een politiek karakter heeft. De premier poogde dat een beetje te versluieren met de morele motivering dat onze democratische samenleving om open communicatie vraagt. Het kabinet heeft het daarom, gaf hij aan, niet alleen voorzien op de boerka, die hier door hooguit tweehonderd vrouwen wordt gedragen, maar ook op de bivakmuts en de integraalhelm. Het besluit is dus niet in strijd met de vrijheid van godsdienst en moslimvrouwen hoeven zich niet onheuser behandeld te voelen dan motorrijders of dragers van de bivakmuts.
Het zal het kabinet de nodige moeite kosten deze motivering vol te houden. Naar de strekking volgt het toch de motie van het kamerlid Wilders om de boerka geheel te verbieden. Dat betekent dat het besluit niet los kan worden gezien van de anti-islamcampagne van het PVV-kamerlid.
Die campagne richtte zich al heel vroeg op boerka's en hoofddoekjes, in de ogen van Wilders het zichtbare bewijs van wat hij de 'islamisering van de samenleving' noemt.
In de tweede plaats is het nu al mogelijk in publieke sectoren als scholen en overheidsgebouwen of in de openbare ruimte, gezichtsbedekkende kleding te verbieden vanwege de openbare orde of omdat de functie het eist. Het kabinet had daarbij kunnen laten, ook al gezien de betrekkelijkheid van het probleem. Voor dat eenvoudige alternatief heeft het echter niet gekozen.
Daarmee kan het besluit, ontdaan van alle franje, toch moeilijk anders worden gezien dan als een politieke knieval voor de anti-islamist Wilders. Dat het kabinet niet helemaal, doch slechts half door de knieƫn is gegaan, levert vooral kramp op. Dat is jammer. Het zou al een hele stap zijn als politici meer ontspannen met deze dingen zouden omgaan. Het besluit betekent, hoe je het ook wendt of keert, dat op voorspraak van de overheid in de vrijheid van kleding van burgers wordt ingegrepen, met het risico dat het van kwaad tot erger gaat: vandaag de boerka, morgen het hoofddoekje. In de tweede plaats voedt het besluit de opkomende allergie voor alles wat afwijkt en als 'onprettig' wordt ervaren. Terwijl het seculiere Turkije met het toestaan van het hoofddoekje op de universiteit de pluriformiteit van zijn samenleving een dienst bewijst, zet Nederland een stap terug.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.