De christenheid in deze wereld is er de afgelopen eeuwen aan gewend geraakt om terecht of ten onrechte het mikpunt te zijn van kritiek, spot en hoon.
De vroegere godsdienstoorlogen noopten tot terughoudendheid in de reacties en gaandeweg brak het inzicht door dat in geval van belediging, laster, haatzaaien of het oproepen tot geweld het wel zo handig is de zaak aan de rechter voor te leggen.
Gemeten naar deze verworvenheid doet het vreemd aan dat in een aantal moslimlanden de messen geslepen worden vanwege een veronderstelde moslim-onvriendelijke film, die nog niet vertoond is. Bijna zou men geneigd zijn het met de maker van dit product eens te zijn, namelijk dat ze allemaal ’de pot op kunnen’, inclusief de Nederlandse regering die hem de afgelopen week nadrukkelijk gewezen heeft op zijn verantwoordelijkheid voor de gevolgen van het vertonen van deze film.
Er is echter ook een andere lezing mogelijk. Die luidt dat slechts een betrekkelijk klein deel van deze wereld de vrijheid van meningsuiting heeft ontdekt als het middel bij uitstek om conflictstof in alle openheid te benoemen, om vervolgens op basis van die kennis een modus vivendi te vinden om samen verder te kunnen leven zonder elkaar de hersens in te slaan. Dat het hier op deze manier gelukt is, moge een wonder worden genoemd. Blijft de vraag hoe we de rest van de wereld in deze zegening betrekken.
Dat is geen gemakkelijke vraag. Terughoudendheid lijkt gewenst, door kritisch te zijn waar mogelijk en noodzakelijk, maar altijd met respect voor zaken die door anderen als heilig worden ervaren. Met deze overweging zijn we bij PVV-leider Geert Wilders echter aan het verkeerde adres. Hij is er rotsvast van overtuigd dat de profeet Mohammed ons veertienhonderd jaar geleden de oorlog heeft verklaard en nu het moslimextremisme de kop heeft opgestoken, acht hij het tijdstip daar de islam de oorlog terug te verklaren. Vooralsnog als enige, maar omdat alleen al de aankondiging van zijn film zoveel aandacht heeft getrokken, is de moslimwereld geneigd die als een provocatie op te vatten.
Dat is het ook, tenminste als de film in lijn is met zijn boodschap. En Wilders mag ook provoceren, tenminste zolang de staatsveiligheid niet in het geding is, de film niet discrimineert, of oproept tot haat en geweld. Dat neemt niet weg dat het kabinet hem terecht op zijn verantwoordelijkheid heeft gewezen. Een provocatie werkt averechts bij de bestrijding van het moslimextremisme. Daarmee doet Wilders afbreuk aan de goede zaak.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.