Laurens ten Dam imponeert in zijn eerste Tour als belangrijkste knecht van Denis Mentsjov. Hij hoopt straks als eerste Nederlander de finish op l’Alpe d’Huez te bereiken.
Als de zon in de Pyreneeën rond twee uur ’s middags op zijn hoogste punt staat, zoeken de renners van Rabobank verkoeling in het hotel in Pau waar het team tijdens de eerste rustdag van de Tour de France vertoeft. Alleen Laurens ten Dam zit onbeschut op een tuinstoel. Zijn sterke optreden in het hooggebergte laat geen ruimte voor een stille aftocht. De 27-jarige debutant in het grootste wielerevenement ter wereld staat als hoogst geklasseerde Nederlander (23ste) volop in de belangstelling.
„Ik ga straks op mijn kamer liggen”, vertelt Ten Dam. „Daar hoop ik me een beetje te kunnen ontspannen. Van al die aandacht raak je een beetje uit je ritme. Onder normale omstandigheden had ik waarschijnlijk wat getraind op de fiets. Tot nu toe hoefde ik alleen bij de finish een verslaggever te woord te staan. Zoals je ziet, heb ik het op de rustdag wat drukker. Ik vind het wel leuk. Het brengt me niet van slag. Ik ben ook geen 21 meer. Bovendien steek ik goed in mijn vel.”
Zijn optimistische houding vloeit voort uit de laatste etappe van afgelopen maandag met de finish op de top van de Hautacam. Terwijl Ten Dam relatief eenvoudig het hoge tempo voorin kon volgen, zag hij om zich heen renners van naam instorten. „Ik kraakte wel maar brak niet”, blikt hij terug. „Over een fysieke grens ben ik niet gegaan. Als je dat wel doet en stilvalt, herstel je heel langzaam. Zuinig rijden is het geheim van de Tour. Je mag nóóit breken. Daarom reed ik het laatste deel van de Tourmalet in mijn eigen tempo.”
Een kleinigheidje knaagt aan Ten Dam. Hij baalt ervan, dat kopman Denis Mentsjov zonder zijn steun het laatste stuk moest afleggen. Desondanks geniet hij het vertrouwen van de Rus met wie hij een kamer deelt. „In woorden uit zich dat niet”, legt hij uit. „Dat geeft niet. Denis is geen diknek, maar een stoïcijnse, rustige man. Hij gaat er stilzwijgend vanuit dat ik doe wat van me wordt verwacht. Zo’n instelling ligt me wel. Zeker in mijn eerste Tour.”
Ondanks zijn sterke begin, bewaart Ten Dam een zekere schroom voor het vervolg van de Ronde van Frankrijk. „Uit zelfbescherming heb ik pas tijdens de lunch het rondeboek opengeslagen om de overige etappes door te nemen”, verklaart hij. „Ik bekijk het van rustdag tot rustdag. Er staat nog heel wat zwaars op het programma. Ik weet niet hoe mijn lichaam reageert in de derde week van de Tour. Straks in Parijs kan ik vertellen of ik een man ben voor een grote ronde. Tot nu toe loopt het lekker. Als je na de eerste helft in het klassement bij de eerste 25 renners staat, doe je het niet gek.”
Geïmponeerd door het deelnemersveld is Ten Dam niet. Zelfs gele truidrager Cadel Evans roept geen bewondering op. „Een taaie rakker”, zegt hij zuinigjes. „Dat moet wel, als je met zestig in het uur valt en een dag later het geel aantrekt. Maar indruk maakt hij niet. Voor Carlos Sastre geldt hetzelfde. Niemand steekt er bovenuit. Ja, Riccardo Ricco en Leonardo Piepoli met Saunier-Duval maar die verloren in de eerste week veel tijd.”
Ten Dam erkent dat één renner respect bij hem afdwong. „Jens Voigt”, verzucht hij. „Aan het begin van de beklimming van de Tourmalet – waar we rustig reden – schold hij al. ‘If you want to do this, hold my fucking wheel’. Toen wist dat het ging beginnen. Hij keek niet meer om en deed me flink pijn. Dat maakte indruk. Vooral in het dal. Denis – ik lag iets achter hem – zei later dat zelfs een gaatje van vijf seconden niet meer te overbruggen was. Zo hard ging het.”
Hoewel Ten Dam zich opoffert voor Mentsjov, heeft hij deze Tour één persoonlijke wens: als eerste Nederlander de top van l’Alpe d’Huez bereiken, waar de finish van de zeventiende etappe ligt. „Gert-Jan Theunisse, vroeger mijn idool, kwam daar ooit solo boven. Die man sprak me aan. Doorfietsen met een bebloed hoofd en gekneusde ribben. Ik heb wel iets van hem weg. In de ploeg noemen ze me ‘Rocky’, omdat ik – net als Theunisse – een taaie ben. ‘Al hangt ie in de touwen, Laurens komt altijd terug’. Maar mijn belangrijkste doel is Denis helpen. Ik hoop dat we in de Alpen Evans voor hem kunnen kraken.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.