Het Rotterdams stationsgebied moet een internationaal, bruisend zakendistrict worden. Vooral van de HSL koestert het stadsbestuur hoge verwachtingen. Maar een adviesbureau heeft twijfels over de aantrekkingskracht van de stad op buitenlandse bedrijven.
Rondom het Nationale Nederlandengebouw rijden trams af en aan. Achter de ramen van Espressobar.cc kun je er eindeloos naar blijven kijken. De één jaar oude Italiaanse koffiebar is door de bovenburen van de Creative Cube, een bedrijfsverzamelgebouw voor startende creatieve ondernemers, in bezit genomen als bedrijfskantine. Het is een vleugje van het Rotterdam Central District zoals het stadsbestuur zich dat droomt.
Nog vier jaar en Rotterdam mag met recht een vervoersknooppunt heten. Dit najaar stopt de hogesnelheidslijn tussen Amsterdam en Brussel er voor het eerst. De tunnelbuizen voor de metroverbinding richting Den Haag zijn inmiddels klaar. Met luchthaven Zestienhoven beschikt het over een zakenvliegveld waar nog rek in zit. En o ja, er is nog die haven.
Vooral van de HSL koestert het stadsbestuur hoge verwachtingen. Straks is het nog maar negentien minuten treinen naar Schiphol, slechts een uur naar de Europese hoofdstad Brussel en tweeënhalf uur naar Parijs.
Rotterdam komt zo in beeld als vestigingsplaats bij het internationale bedrijfsleven, hoopt wethouder Mark Harbers van economische zaken. „Als je aankomt op Schiphol, ben je met de HSL straks eerder in Rotterdam dan met de taxi in Hoofddorp.”
De eerste signalen zijn er. Vorig jaar vestigde het Amerikaanse chemiebedrijf Lyondell zijn Europese hoofdkantoor in het Groothandelsgebouw aan het Weena, waarbij de komst van de HSL mede de doorslag gaf. En de Bank of China koos Rotterdam uit als vestigingsplek omdat het ’voor China een toegangspoort is tot West-Europa’.
Het gebied rondom het nieuwe Rotterdam Centraal dat momenteel gebouwd wordt, moet uitgroeien tot zakendistrict waar internationale bedrijven zich kunnen vestigen. „Een Amsterdamse Zuidas”, knipoogt Harbers naar de erfvijand, „maar dan met de levendigheid van de binnenstad. Op de Zuidas zie ik nog niet zo snel een retrobarretje, hier heb je die mogelijkheid wel.” Hij is ervan overtuigd dat het zal lukken om de spreekwoordelijke doodsheid van de Rotterdamse binnenstad buiten kantooruren te doorbreken. „Na de wederopbouw zijn we nu aanbeland in een fase dat de stad zich autonoom kan gaan ontwikkelen.”
Lingerie-ontwerpster Marlies Dekkers aarzelde juist om die reden voordat ze intekende op de tiende en elfde verdieping in Central Post, het stationspostkantoor van kort na de oorlog dat momenteel schuilgaat achter steigers en geveldoeken. Ze keek ook serieus rond in het Scheepvaartkwartier, waar met restaurantjes, galeries en de historische Veerhaven al de levendigheid heerst die het stationsgebied nog moet krijgen. „Voor ons zit hier een groter risico aan”, beaamt haar adviseur Vincent van Zon.
De industriële sfeer van het postgebouw gaf uiteindelijk de doorslag: „Die past prima bij ons merk.” Hij trekt een vergelijking met Berlijn, waar na opening van een Marlies Dekkerswinkel in de shabby Oranienburgerstrasse ook andere creatieve bedrijven neerstreken. „Zo’n voortrekkersrol spelen we graag.”
De Boston Consulting Group onderzocht kort geleden de aantrekkingskracht van Nederland als vestigingsplaats voor internationale ondernemingen. Het adviesbureau pleit ervoor om extra voordelen te gunnen aan enkele kansrijke regio’s zodat die nog aantrekkelijker worden voor buitenlandse bedrijven. Rotterdam werd niet genoemd, tot onbegrip van de wethouder.
„In de Randstad heb je drie trekkers: de Zuidas voor de financiële wereld, Schiphol voor de besliscentra en Rotterdam voor de havenindustriële dienstverlening, de medische technologie en creatieve sector. En het grootste deel van de Chinese reders gaat via Rotterdam. Als je gaat focussen, hoort dit centraal district erbij.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.