Wie ziek is, moet actief meewerken aan behandeling en herstel, vindt de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ). Maar een individuele patiënt financieel straffen voor ’slecht’ gedrag, werkt niet.
Bij zijn afscheid als voorzitter van de RVZ, begin 2006, gooide radioloog Floris Sanders de knuppel in het hoenderhok. Er is steeds meer geld nodig voor de behandeling van ziekten die het gevolg zijn van een ongezonde levensstijl, betoogde hij. En dat zet de solidariteit onder druk. Laat daarom mensen die weigeren te stoppen met roken of af te vallen, dat voelen in hun portemonnee, via een hogere ziektekostenpremie of hogere eigen bijdragen, vond hij.
In het vandaag verschenen rapport ’Goed patiëntschap’ wijst de RVZ dat idee toch af. „We hebben er lang over gepraat”, aldus huidig voorzitter Rien Meijerink. „Maar we kwamen tot de conclusie dat het niet rechtvaardig is. Het is lang niet altijd zeker dat mensen de consequenties van hun gedrag overzien. En dan is het niet eerlijk ze op die manier te straffen.”
Toch is het volgens de Raad hard nodig om de patiënt er op te wijzen dat hij, behalve rechten, ook plichten heeft. Meijerink: „De uitgaven voor de zorg nemen toe, er zijn grenzen aan wat kan. Dat vraagt om doelmatig gebruik van de zorg.” Wie goede zorg wil ontvangen zal zich een goed patiënt moeten tonen. Dat betekent een constructieve en coöperatieve opstelling. „Een patiënt dient zich te verdiepen in wat hij heeft”, aldus Meijerink. „Natuurlijk hangt veel af van het soort aandoening dat iemand heeft, maar waar mogelijk moet een patiënt meedenken en meebeslissen over de behandeling.” Dat vereist ook een andere opstelling van de arts: niet langer de alwetende paternalist die beslist wat goed is voor de patiënt, maar iemand die hem nadrukkelijk uitnodigt om te overleggen en hem daarvoor van de nodige informatie voorziet.
Dat betekent een nieuwe verhouding in de spreekkamer, maar Meijerink is ervan overtuigd dat dit de bereidheid van de patiënt om mee te werken aan zijn behandelplan ten goede komt. Want daar schort het regelmatig aan. Zo gaan patiënten vaak slordig om met medicijnen. Dat kost de samenleving jaarlijks minstens 170 miljoen. Ook het opvolgen van leefregels als stoppen met roken, minder vet eten, meer bewegen, kost velen moeite.
De mogelijkheden om op dat laatste punt mensen te dwingen zijn beperkt, erkent Meijerink. Individuele (financiële) sancties schieten hun doel voorbij. Wel ziet hij heil in collectieve prikkels. Middels (extra) accijns op alcohol, tabak en ongezonde voeding kan de overheid het gebruik van ongezonde producten ontmoedigen. „We zijn daarin opgeschoven. Een paar jaar geleden wees de Raad een vettax af. Maar het verband tussen gezondheid en levensstijl wordt steeds duidelijker.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.