In uw tuin leven verschillende soorten huisjesslakken. Ze verschillen in kleur, maar nauwelijks in vorm. Bijna alle landslakkenhuizen zijn spiraalvormig met de verhoudingen van de wijngaardslak. Ze zijn wat dikker, slanker, bol of puntig, maar radicaal anders zien ze er nooit uit. Huisjesslakken die op bomen of steile rotswanden leven, zijn vaak het meest langwerpig.
De minislakjes heten Opisthostoma vermiculum. Als Nederlandse naam stel ik ’warrig krulslakje’ voor. Menno vertelt dat ze op de bosgrond in de strooisellaag leven, in „een andere wereld dan de grote tuinslakken waar de meeste huisjestheorie op is gebaseerd. Eigenlijk bewonen ze een parallel universum waar volkomen andere eisen aan huisjes worden gesteld. Maar welke eisen dat zijn?”
Eerder ontdekte Menno op Borneo slakjes die zich in een competitie met vijandige naaktslakken hadden uitgerust met waanwinnig uitsteeksels. „Het zou kunnen dat de rare vormen kleine naaktslakjes geen houvast bieden”, zegt Menno, met de toevoeging dat het een wilde gok is. „Blijkbaar kunnen deze slakken zich rare vormen permitteren, omdat ze zo klein zijn en niet aan dezelfde krachten blootstaan als grotere slakken.” Dat schreeuwt om verder onderzoek. Menno en Reuben staan al te popelen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.