Het leven van volken op ijsvlakten verandert drastisch. Dieren gedragen zich er raar. Toch heeft een warmer klimaat ook voordelen.
De Inuit in Groenland hebben veel namen voor sneeuw, maar nog veel meer voor ijs. Eslaaghlleg bijvoorbeeld, is landvast ijs dat van de kust afbreekt en naar het zuidwesten afdrijft, of Kaawraneq, dat zijn de laatste brokken ijs voordat de zee ijsvrij wordt.
In het Volkenkundig museum in Leiden is nog tot eind augustus een tentoonstelling te zien die voor een groot deel om ijs draait en de volken die op de grote ijsvlakten leven. ’Als het ijs smelt’, gaat over de invloed die de klimaatverandering op het leven van deze volken heeft, maar dat levert geen sombere tentoonstelling vol rampscenario’s met smeltende ijsbergen op. Een warmer klimaat heeft ook daar soms voordelen.
Cunera Buijs, conservator en antropoloog van het museum, probeerde vooral een genuanceerd beeld neer te zetten: „Als het ergens min zestig is, dan is min dertig een veel aangenamer klimaat. In Groenland is bijvoorbeeld door het warmere water de kabeljauw weer teruggekomen, en dat levert economisch voordeel op. Maar het weer is vooral onvoorspelbaar geworden, grillig, en daar hebben de mensen heel veel last van.”
In de centrale ’Poolzaal’ van de tentoonstelling hangen vijf enorme grote schermen waarop de Inuit (Canada en Groenland) , Sami (Lapland), Yu’pik en Unangan (Alaska) en Nich en Oroch (SiberiĆ«) zelf praten over hun leven en de veranderingen. Een visser klaagt: de dieren gedragen zich vreemd. Trekroutes veranderen. Er zijn ijsberen gezien die paren met grizzlyberen.
Hijzelf woont op het eiland Sachalin, boven Japan, en heeft last van de vervuiling die via de rivier de Amur, gif uit China naar het eiland brengt. Maar ook de visquota breken de bevolking op. Zijn dorp heeft een vergunning gekregen om twee weken per jaar op zalm te vissen. ,,Vroeger kon je de klok erop gelijk zetten. De vissen kwamen altijd op dezelfde tijd en dan vingen we genoeg. Nu komt de vis op andere tijden en staan we na die twee weken met lege handen. ”
Er is in Leiden ook een Groenlands huis nagemaakt. Door achter het raam een film te laten draaien, wordt bij de bezoeker de illusie gewekt dat hij in Groenland staat en door het raam naar buiten kijkt. Buijs heeft de mensen wier huis voorbeeld heeft gestaan, net gesproken. In Groenland kun je nu niet meer door het raam naar buiten kijken, zo hoog staat de sneeuw. Dat is uitzonderlijk.
Ook in Lapland doet het weer vreemd. Door de grote temperatuurschommelingen ontdooit de bovenste laag van de sneeuw. ’s Nachts vriest die weer op, en daar kunnen de rendieren dan niet goed doorheen komen met hun hoeven. Cunera Buijs: „Maar de Lappen hebben geluk: de Zweedse en Noorse overheden regelen extra voer voor de kuddes. De mensen die iets verderop wonen en onder de Russische overheid vallen, worden aan hun lot overgelaten, en daar sterven veel dieren. De mannen trekken dan naar de steden en komen in sombere flatgebouwen terecht. Ze krijgen de laagste baantjes en raken vaak aan de drank. In de stad heb je er niets aan dat je goed kunt overleven in de toendra.”
„Ons ijs is ook jullie zaak”, zeggen de bewoners van het Arctisch gebied. De opwarming van het poolijs gaat snel. Op plaatsen waar gletsjers smelten, ontstaan donkere oppervlakten die meer warmte van de zon opnemen en dus steeds groter worden. In het Leidse museum hangen ook Friese doorlopers en Nederlandse wollen borstrokken, want wat er in Groenland gebeurt, gaat ons ook aan. Cunera Buijs: „Het smelten van de Groenlandse ijskap zorgt voor stijging van de zeespiegel. Veel mensen in Groenland vinden het dan zielig dat wij hier wonen, zo laag.’’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.