FC Groningen riep dat niemand de deur uit mocht. Toch verkocht de club vorige maand drie belangrijke spelers. Aan trainer Ron Jans de edele taak weer een elftal te smeden. Hoe doet hij dat?
Eerst Bruno Silva, toen Erik Nevland, toen Rasmus Lindgren. Daar gingen ze bij FC Groningen met hun heilige voornemen om alle spelers binnenboord te houden tijdens de transferperiode van januari. De club kon het niet waarmaken. Wat konden ze nog met Silva, toen Ajax hem wilde en de rechterverdediger het met een ’ik ben met mijn hoofd bij Ajax’ domweg vertikte nog voor Groningen te spelen? Lindgren moest ook naar Ajax, zijn oude werkgever die hem destijds met een gelimiteerde transfersom had laten gaan. Bij Nevland kon de club het niet maken niet te willen onderhandelen toen er belangstelling uit Fulham kwam. Het populaire boegbeeld (31) uit Noorwegen moesten ze in de herfst van zijn carrière zijn gedroomde overstap naar een Premier League-club wel gunnen.
Stadion De Euroborg schudde op zijn grondvesten, tijdens de zogeheten transferwindow. Eerst ergerde iedereen zich aan Silva, zegt trainer Ron Jans. De band met de Uruguayaan met zijn droge humor, die een beetje op mr. Bean leek en ’’goed wist wanneer hij Nederlands moest begrijpen en wanneer niet’’ was ineens weg. Jans liet Silva in zijn eentje rondjes om het trainingsveld lopen. ,,Dan hadden wij geen last van hem en hij niet van ons.’’ Om Nevland was er verdriet. Bij het publiek, dat ooit massaal groenwitte mutsen met vikinghoorns kocht in de fanshop, maar ook bij zijn collega’s. Erik was een soort broer voor de spelers, zegt Jans. „En voor mij was hij de perfecte prof, een van de meest professionele met wie ik ooit werkte.”
Ineens staat trainer Jans tegenover een heel ander team. Maar van de kwalificatie kaalgeplukt wil hij niets horen. Want met de negen miljoen euro die het verkochte drietal in het laadje bracht werd zelf natuurlijk ook druk gewinkeld. De Groningers haalden vier talenten voor de selectie. Aanvaller Berry Powel kwam over van De Graafschap, verdediger Sepp de Roover van Sparta. Middenvelder Danny Holla werd teruggehaald van Zwolle waaraan hij verhuurd was. En in Argentinië tikte Groningen het jonge verdedigerstalent Matias Cahais op de kop, opvolger van Arnold Kruiswijk die er nu weliswaar nog is, maar over een paar maanden de overstap naar Anderlecht maakt.
Jans (49), in zijn zesde jaar bij Groningen en momenteel de langst zittende eredivisietrainer, overziet de situatie nuchter. „Precies hetzelfde”, zegt hij, op de vraag om het team van voor en van na januari te omschrijven. „Er zijn andere geluiden, maar FC Groningen is nog hetzelfde beest.” Hij verklaart zich nader: „Onze doelstellingen zijn hetzelfde, de aanpak, hoe we werken.”
Het is, zegt de trainer, alleen een kwestie van een beetje opvoeden van de nieuwelingen in de geest van Groningen. „Veel praten en beelden bekijken en analyseren om te laten snappen wat Groningen voorstaat en welk spel de club wil laten zien.”
Hij heeft het juiste materiaal voor handen om snel weer een eenheid te hebben, verwacht Jans. Alleen Matias Cahais zal vermoedelijk even nodig hebben. Cahais is pas twintig en net overgekomen uit Argentinië. In Groningen gaat hij, met vriendinnetje Carolina, voor het eerst op zichzelf wonen, in een wildvreemd land waar het winter is, terwijl hij net uit de zomer komt. Cahais spreekt nog geen woord Nederlands, en is een heel andere manier van voetbalspelen gewend, zegt Jans. „Alles is nieuw voor die jongen.” Naar de even jonge Danny Holla zal hij minder omkijken hebben. De middenvelder deed in Groningen de jeugdopleiding. „Het lijkt net of hij nooit is weggeweest.” En verdediger Sepp de Roover (23) is dan weliswaar een Belg (,,die zijn meestal toch terughoudender”), maar al vanaf zijn negende in Nederland. De ex-Spartaan kan zich moeiteloos aanpassen, weet Jans die dat ook verwacht van aanvaller Berry Powel (27).
Het roept de vraag op of hij de scouts een boodschappenbriefje heeft meegegeven met ’kneedbaar, makkelijk in te passen, liefst een Nederlander’. Zo middenin de competitie, waarin het Groningen goed gaat - de club bezet momenteel plek vijf - lijkt dat niet zo gek.
De trainer: „Ik vind het absoluut een voordeel dat we er nu twee Nederlanders bij hebben. Wij zeggen: buitenlanders, prima. Maar we willen wel die eigen cultuur houden. Er is dus wel een bepaalde grens.”
„Vorig jaar hadden we vijf nieuwe buitenlanders. Svejdik bijvoorbeeld, een Tsjech. Nooit zeuren. ’Geef mij maar een opdracht, dan voer ik hem uit.’ Lovre, een Serviër, die van Anderlecht kwam en uitstraalde dat hij het eventjes zou gaan maken in Groningen. Die heeft een paar maanden erg moeten slikken, want hij zat alleen maar op de bank. En we hadden Suárez, straatschoffie, boefje, altijd proberen de grenzen te zoeken en te overschrijden. Met Luis hebben we conflictjes gehad, maar leuke conflictjes. Een losbandige Uruguayaan, een volgzame Tsjech, een trotse Serviër. Het was geweldig met zijn allen de play-offs te halen, maar het kostte wel een boel tijd en energie.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.