*

 

afghanistan / Veel verborgen schatten in een oude sloppenwijk

Gert Jan Rohmensen − 09/02/08, 01:52

Niet alles is kommer en kwel in Afghanistan. Al jaren wordt gewerkt aan het herstel van historische panden in enkele steden.

„Afghanen voelen zich aangetrokken tot moderne gebouwen en gevels van glas. Ze willen vooruitgang en verandering, en hebben dat in bladen, of in Doebai of Karachi gezien. Wie ben ik dan om te zeggen: dat is goedkope cultuur. Ja, ik word er gek van, en soms trek ik m’n haren uit m’n hoofd, maar het punt is dat zij het recht hebben die keuzes te maken.”

Jolyon Leslie kan het weten. De Zuid-Afrikaanse architect kwam achttien jaar geleden naar Afghanistan en is er, met uitzondering van een jaar, nooit meer weggegaan. Hij woont in Kaboel en spreekt de lokale taal Dari vloeiend. Tijdens het talibanbewind van 1996 tot 2001 werkte hij voor de Verenigde Naties. Leslie is nu manager van de Aga Khan Trust for Culture (AKTC), een organisatie die zich inzet voor het behoud van Afghaanse historische gebouwen. Deze week was hij even in Nederland op uitnodiging van het Prins Claus Fonds, dat sommige projecten mede financiert.

AKTC houdt zich bezig met het restaureren van vervallen panden in de westelijke stad Herat en in Kaboel, vooral in het historische centrum van de hoofdstad. „Dat lag tijdens de burgeroorlog tussen de krijgsheren, begin jaren ’90, precies in de frontlinie en er is veel vernield”, vertelt Leslie, een grijzende man van middelbare leeftijd, op rustige toon.

De organisatie, die ook projecten doet in andere islamitische landen, heeft het herstel van de Babur-tuin, een naar een oude Moghulheerser vernoemd groot park in de stad, inmiddels afgerond. Verder worden moskeeĆ«n gerestaureerd, maar ook woningen. „Twaalf huizen zijn nu klaar, en verder hebben we een grote madrassa (koranschool, red.) en een badhuis in oude luister hersteld”, zegt Leslie. „Van die laatste doen we er nog twee, want die blijken in een grote behoefte te voorzien.”

De restauraties, waarbij traditionele bouwmethodes worden gebruikt, zijn mede bedoeld als werk- en scholingsproject. Vele tientallen Afghaanse vaklui verdienen er hun brood als metselaar, stukadoor of als houtbewerker, verantwoordelijk voor het fraaie houtsnijwerk waarmee veel gevels en interieurs zijn versierd. Jonge bouwvakkers krijgen les in deze ambachten, en ook studenten kunnen als trainee ervaring opdoen.

„Oud-Kaboel wordt eigenlijk beschouwd als een sloppenwijk, maar er zijn veel verborgen schatten”, zegt Leslie. Hij is bezorgd over de ontwikkeling van de stad, vooral over de afbraak van historische gebouwen die plaats moeten maken voor moderne winkelcentra of villa’s van rijke krijgsheren.

„Kaboel is stuurloos. De prijzen van onroerend goed rijzen de pan uit, maar aanleg van bijvoorbeeld riolen of waterleiding gebeurt nauwelijks. Dat leidt tot veel onvrede en we koersen af op een explosieve situatie. De overheid is grotendeels afwezig bij deze ontwikkeling”, aldus Leslie, die zich ook ergert aan de geldsmijterij van donorlanden.

„Het klinkt ongelooflijk maar op dit moment zijn er teams van vijf verschillende donoren los van elkaar bezig een stadsplanning te maken voor Kaboel. Ze komen allemaal bij ons langs omdat we zulke goede landkaarten hebben, maar ik geloof niet dat ze ooit samen hebben overlegd.”

Ook over het Afghaanse culturele erfgoed in het algemeen maakt hij zich zorgen, omdat er zoveel verdwijnt.

Leslie bezocht in de Nieuwe Kerk in Amsterdam ’Verborgen Afghanistan’, een tentoonstelling met kunstvoorwerpen uit het Kaboel Museum, die wel zijn behouden.

„Het roven van Afghaanse kunstschatten is pas echt begonnen in 2002 en is nu in volle gang. Het is echt jachtseizoen”, zegt Leslie.

„Ik ken Afghanen die erin handelen en veel geld verdienen. Ik ken kunsthandelaren in Londen die er extreem veel geld mee verdienen, maar ik kan ze dat niet beletten. Er moet veel meer toezicht komen, maar het wachten is op een donor die een uitgebreid beschermingsplan wil betalen.”

mailIcon print |