*

 

Onaantastbare Mbeki nu zelf een crisisfactor

Sybilla Claus − 12/06/08, 01:00

President Mbeki beloofde Zuid-Afrika bij zijn aantreden gouden bergen, maar wist zijn plannen niet waar te maken. Hij negeerde problemen en vervreemdde zich van zijn landgenoten. Een analyse.

  • Waar waren onze leiders al die tijd? Ik heb ze niet gezien
  • Het is dat Zuid-Afrika al zoveel beroerde presidenten heeft gehad, anders had Thabo Mbeki wellicht de slechtste kunnen worden. Maar het contrast na de warmte van Nelson Mandela – held van blank en zwart, links en rechts – had niet groter kunnen zijn.

    Het is eigenlijk treurig om de op zich goedwillende Mbeki in zijn ivoren toren fout na fout te zien maken. Hij is geen ’roofdier’ zoals collega Mugabe van Zimbabwe, hij is geen dictator zoals collega’s Meles van Ethiopië en Kagame van Rwanda. Mbeki ziet zichzelf als voorbestemd leider. Zijn vader Govan zat 24 jaar vast op Robbeneiland, zelf leefde hij jarenlang in ballingschap, zich al die tijd voorbereidend op een leidinggevende positie binnen het ANC. Dat begon op goede scholen en ging verder met een studie in Groot-Brittannië. En al die tijd was de jonge Thabo ver weg van zijn miljoenen arme landgenoten.

    Wellicht heeft hij nooit meer contact met hen gehad. Wie zal het zeggen, want niemand lijkt de man écht te kennen. Tijdens de wekenlange uitbarsting van xenofobie in mei, in townships in het hele land, verscheen hij slechts één keer op tv, en nooit op locatie. Zijn toespraken op het jaarlijkse ANC-congres, zijn columns op de ANC-website, het is allemaal even saai en niet inspirerend.

    Vreemd genoeg waarschuwde hij zelf al in 1998 voor het gevaar dat ontevreden massa’s in opstand komen als er niet genoeg vooruitgang is. Maar op het moment dat dat in mei gebeurde, vertrok Mbeki naar een bijeenkomst in Tanzania. Pas na terugkeer besloot hij er een kort tv-optreden aan te wijden.

    Het begon zo veelbelovend. Grootse plannen had Thabo Mbeki na zijn aantreden als president van Zuid-Afrika in 1999. Hij zette het concept van de Afrikaanse Renaissance, een wedergeboorte waarbij landen elkaar bij de democratische les zouden houden, hoog op de agenda. Afrika zou een belangrijke wereldspeler worden. In 2001 volgde een nieuw plan: Nepad, voor de economische vooruitgang van het continent. Bij Nepad, dat veel investeringsgeld uit het Westen wilde binnenhalen, was president Obasanjo van Nigeria Mbeki’s belangrijkste partner. Obasanjo is inmiddels president-af en mag procedures vrezen die zijn in die periode vergaarde rijkdommen kunnen aantasten.

    Maar toen kwam de eerste uitglijder van de onaantastbare Mbeki. De aidscrisis – Zuid-Afrika is koploper met 5,5 miljoen seropositieven, bijna 20 procent van de bevolking is besmet, een derde van alle nieuwe infecties vindt hier plaats – pakte hij bijzonder slecht aan. Waar Mandela vaak een aidslintje draagt en publiekelijk spreekt over de dood van zijn zoon aan aids, weten we van Mbeki weer niets persoonlijks. Wel weten we dat hij een minister van volksgezondheid benoemde die heilig gelooft in een dieet van knoflook en bietjes. Toen haar staatssecretaris, Madlala, bij haar afwezigheid in 2007 eindelijk de kans kreeg doortastend op te treden, werd deze direct ontslagen. Volgens biograaf Mark Gevisser is de president écht een aidsdissident, dat wil zeggen iemand die gelooft dat aidsremmers niet werken en dat dokters niet te vertrouwen zijn.

    Buurland Zimbabwe is sinds het jaar 2000 aan het ontsporen. Ook hier stak Mbeki zijn kop in het zand, en bleef hij loyaal aan Robert Mugabe, zijn strijdmakker uit de tijd van de zwarte guerrilla tegen het racistische bewind in Zuid-Afrika en Rhodesië, het latere Zimbabwe. Velen smeekten Mbeki vergeefs om ingrijpen, omdat juist hij, als enige op het continent, de dinosaurus weg zou kunnen krijgen. Eind april, toen vreselijke foto’s van mishandelde en vermoorde oppositieaanhangers al volop de ronde deden, durfde Mbeki nog te zeggen ’dat er geen sprake is van een crisis in Zimbabwe’. Dat die crisis zich al jaren naar zijn eigen land, en alle andere buurlanden verspreidde, leek hij evenmin te willen zien. De miljoen of meer Zimbabwanen die hun heil in Zuid-Afrika zochten, wilde hij nooit als vluchteling erkennen, ondanks pleidooien hiervoor van UNHCR, de VN-vluchtelingenorganisatie.

    De tien miljoen sloppenbewoners zagen het wel: de miljoenen illegale immigranten die uit verre omstreken op de economische motor van de regio afkwamen, irriteerden hen mateloos. Zij moesten hun magere bronnen en weinige baantjes delen, terwijl ze de zwarte middenklasse zagen groeien. Het negeren van deze onvrede aan de basis is een belangrijke oorzaak van het feit dat de nachtmerrie die Mbeki al in 1998 voorspelde, uitkwam. De mannen, werklozen, gefrustreerden en tsotsi’s – boeven uit de townships, lieten in mei massaal hun xenofobie de vrije loop. Er vielen meer dan zestig doden, tienduizenden buitenlanders moesten vluchten.

    Eerder dit jaar waren de voedsel- en benzineprijzen al met een kwart gestegen. Vakbonden trokken in april de straat op om te protesteren. Dat was een waarschuwing, maar Mbeki’s antwoord was niet adequaat genoeg. Hij heeft tijdens zijn regeerperiode veel huizen gebouwd voor krotbewoners, hij heeft veel water- en elektraleidingen laten aanleggen. In april verhoogde hij de rente om de inflatie te bestrijden, maar de genomen maatregelen gaan te langzaam om de groeiende groep armen gerust te stellen.

    Na het continu ontkennen van elke crisis die het land trof, is Mbeki nu zelf de crisis geworden. Zijn afstandelijke houding is hem opgebroken. In december werd hij verslagen bij de verkiezingen voor het ANC-voorzitterschap door zijn rivaal Jacob Zuma, die wél weet hoe hij het volk moet toespreken. Nu maakt Zuma dankbaar van de chaos gebruik om zijn machtspositie te versterken met bezoekjes aan getroffen townships met Winnie Madikizela-Mandela. Binnen ANC-gelederen wordt openlijk gesproken over de ’leiderschapscrisis’. De communistische partij SACP (deel van de regeringscoalitie) vraagt na de xenofobie-uitbarsting die Afrika schokte, zelfs om zijn aftreden.

    Als leider lijkt Mbeki definitief uitgespeeld. Bij het staatsbezoek van collega Yar’Adua van Nigeria, afgelopen week, moest hij nederig zijn excuses aanbieden voor het geweld tegen diens landgenoten. Hoezo Afrikaanse Renaissance? In zijn laatste tien maanden als president moet Mbeki vooral zien te voorkomen dat hij nog verder naar het niets afglijdt. De titel van zijn biografie luidt vertaald, heel toepasselijk, de ’Uitgestelde Droom’.

    mailIcon print |