*

 

weblog Boekestijn (VVD) / Over de staat van onze democratie, de nachtmerries van een Kamerlid en ander ongemak

Arend Jan Boekestijn, VVD Tweede Kamerlid − 26/06/08, 12:50

Knikkebollend van de slaap zit ik deze column te tikken. Vannacht heb ik slechts drie uur geslapen omdat ik lang met de andere politieke partijen heb onderhandeld over de toekomst van de NCDO. (de Nationale Commissie voor Internationale Samenwerking en Duurzame Ontwikkeling, red.).

  • Arend Jan Boekestijn.

Kamerleden verliezen niet graag een motie omdat er dan een uitspraak van de Kamer ligt die de situatie bestendigt die zij nu juist willen veranderen. Het is dus zaak om op basis van heldere en overtuigende argumenten – in de Nederlandse politieke cultuur is redelijkheid een absolute vereiste – de tegenpartij ervan te overtuigen dat het anders moet. Er is niets zo erg als te moeten debatteren met een persoon die een onvoorstelbare dosis redelijkheid aan de dag legt. Ik verbeeld mij de laatste dagen dat de wat wanhopige blik in de ogen van sommige CDA-Kamerleden verraadt dat ik vooruitgang boek. Het kabinet beweegt ook en dan zijn er altijd kansen voor de oppositie.

Goed, de slaap was wat kort, maar de dag interessant. In de ochtend woonde ik eerst een interne fractiecommissie bij van de buitenlanddriehoek. Onder de even deskundige als geestige leiding van mijn collega Hans van Baalen worstelen wij ons door de stortvloed van AO’s (Algemeen Overleg, red.) heen die ons nog van onze nachtrust zullen beroven voordat het reces aanbreekt. Ik maak mij zorgen want op de eerste dag van het reces, als elk Kamerlid instort, zit ik in het vliegtuig naar Soedan. Ik weet uit ervaring hoe vermoeiend Afrikaanse reizen zijn en de wetenschap dat ik uitgemergeld begin, bekoort mij allerminst.

Vervolgens woon ik een bijeenkomst bij over de kwaliteit van onze parlementaire democratie onder leiding van Kamervoorzitster Verbeet en de altijd tot nadenken stemmende Tjeenk Willink. De laatste verdedigt de stelling dat Kamerleden eerder te veel dan te weinig contact hebben met ambtenaren. Deze opmerking verdient enige toelichting. Indien een Kamerlid een ambtenaar op het ministerie belt, loopt hij grote kans van het kastje naar de muur te worden gezonden. De reden is dat elke ambtenaar pas een Kamerlid te woord mag staan indien zijn of haar minister daar expliciet toestemming voor heeft gegeven. Deze regel heet in de wandelgangen het dictaat van Kok aangezien ons aller Wim uit razernij over het veelvuldige lekken aan de wieg stond van dit gebruik.

Tjeenk Willink hangt niet zo aan het dictaat van zijn partijgenoot Kok. Zijn redenering is als volgt: Kamerleden dienen op zoek te zijn naar de waarheid, niet naar de werkelijkheid van het kabinet en de ambtenaren. Hij hecht er dan ook, terecht, aan dat Kamerleden goed voeling houden met de haarvaten van de samenleving zodat zij de perceptie van de regering kunnen toetsen op het realiteitsgehalte.

Ik ben het met deze analyse niet geheel eens. Natuurlijk dienen Kamerleden andere informatiebronnen aan te boren dan die zij van regeringszijde ontvangen maar dat neemt niet weg dat sommige informatie helaas uitsluitend door ambtenaren kan worden verstrekt. Bij begrotingen kunnen ambtenaren heel goed bepaalde posten wegmoffelen zodat Kamerleden geen idee hebben hoeveel geld waar naar toe gaat. Mede om die reden ben ik uiterst ongelukkig met de huidige begrotingssystematiek, waar de Tweede kamer overigens zelf mee heeft ingestemd, waarin er geen één-op-één-relatie bestaat tussen beleidsdoelstellingen en begrotingsartikelen. Het betekent namelijk gewoon dat wij niet meer goed kunnen zien waar het geld naar toe gaat waardoor het budgetrecht van de Kamer wordt ondermijnd.

Na deze bijeenkomst snel ik naar een briefing van de Algemene Rekenkamer over de JSF. Ontelbaar zijn de vragen die de PvdA stelt. Zij is op zoek naar een zekerheid die onze onvolkomen wereld in het algemeen en de defensiemarkt in het bijzonder niet kan bieden. Soms word ik ’s nachts zwetend wakker na een nachtmerrie. Die nachtmerrie kent twee varianten. In de eerste variant droom ik dat ik een PvdA-Kamerlid ben die steeds weer stuit op de grenzen van de maakbaarheid van onze samenleving. Politici die de mensheid willen redden, verliezen vaak de mens uit het oog. In de tweede variant ben ik een CDA-Kamerlid die voortdurend zijn portefeuille kokkelvisserij moet bewaken tegen expansionistische collega-woordvoerders. Ik weet eigenlijk niet welke variant het ergste is.

Vervolgens is er een hoofdelijke plenaire stemming over twee moties waarvan één het de gemeente Amsterdam moeilijker maakt om milieuzones in te richten. Die motie haalt het gelukkig.

Aan het einde van de dag realiseer ik mij opeens tot mijn ontzetting dat ik de verjaardag van mijn vrouw ben vergeten. Snel rij ik naar huis in de hoop de maakbaarheid van mijn huwelijk veilig te stellen. Mea culpa mea maxima culpa.

mailIcon print |