Het openingsweekeinde van de Olympische Spelen heeft Nederland twee medailles opgeleverd, een gouden en een bronzen.
De zwemsters Dekker, Kromowidjojo, Heemskerk en Veldhuis zegevierden naar verwachting op de 4x100 meter. Eerder had judoka Houkes brons gewonnen in de klasse tot 60 kilo.
Het goud van de estafetteploeg was ook een bevestiging van de aanpak van coach Verhaeren, die erin is geslaagd in een klein land veel talent te bundelen. „Deze medaille toont de kracht van het Nederlandse zwemprogramma”, zei chef de mission Van Commenée. „Je kunt als land altijd een extreem talent hebben, maar het winnen van goud op de estafette geeft aan dat we een brede top hebben. Dat lukt niet met geluk. Er zit beleid achter.”
Hoe breed het Nederlandse aanbod is, bleek in de series van de 4x100 meter. Coach Verhaeren kon het zich veroorloven in die kwalificatieraces de reserves Van Rooijen en Schreuder te laten zwemmen.
Lichtgewicht Ruben Houkes heeft de eerste Nederlandse medaille bij de Spelen uitbundig gevierd. „Hier heb ik 23 jaar en twee maanden voor gewerkt”, sprak de 29-jarige judoka met het brons om zijn nek. Houkes vierde zijn succes tevens innig met bondscoach Arens.
Drie jaar geleden had Houkes zijn carrière willen beëindigen. Arens stuurde hem naar een sportpsycholoog en gaf Houkes langzamerhand het plezier in zijn sport weer terug.
De wielerwedstrijd voor vrouwen eindigde in een deceptie voor de Nederlandse favoriete Vos. Ze werd zesde. De olympische voetbalploeg behield met hangen en wurgen uitzicht op de kwartfinales. Met een late vrije trap voorkwam invaller Sibon een nederlaag tegen de Verenigde Staten (2-2).
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.