*

 

11 augustus / Wollige beer

Koos Dijksterhuis − 11/08/08, 01:12

Ik reis Jeroen Reneerkens achterna en de drieteenstrandlopers die hij onderzoekt in hun broedgebied op Noordoost-Groenland. Daar sjouwen we over de zompige toendra. We zien poolvossen, sneeuwhazen, sneeuwhoenders en muskusossen. Ook zien we vlinders, sluipwespen, langpootmuggen en hommels. Er kruipen dikke, zwartgele, harige rupsen rond, van de wollige beervlinder.

Beervlinders zijn er in Nederland ook. Onze grote beer is een schitterende, zwart-wit-rode nachtvlinder, met een oranjebruine rups die op de Groenlandse rups lijkt. Als vlinder lijkt onze grote beer volstrekt niet op de wollige beer in Groenland. Die is veel kleiner en zwart. Beervlinders zijn nachtvlinders, maar kun je de Groenlandse vlinders nachtvlinders noemen? De zomerzon schijnt daar het klokje rond.

Als wij het over vlinders hebben, denken we aan die fraaie fladderaars die eerst nog even rups waren. Maar de wollige beren van Groenland leven zeven tot veertien jaar als rups en fladderen dan nog even rond als vlinder om zich voort te planten. Ze laten zich ’s winters invriezen, wat ze verdragen door het antivries glycerol aan te maken. Zeven jaar rups voor zeven weken vlinder.

Drieteenstrandlopers zijn zo groot als een spreeuw en broeden op de grond. Als ze stil zitten, zie je ze niet. Maar het zijn geen stilzitters. Nu dribbelen ze alweer op het Nederlandse strand. De op Groenland broedende vogels overwinteren hier. Of nee: ze leven hier en vliegen even heen en weer naar de noordpool om te broeden. Hun onderzoeker vloog in hun kielzog mee heen en weer. Uw verslaggever ook. Ik hoop maar dat u mij nog wilt, na de prachtige stukjes van Frans van der Helm. Omgekeerd zit dat wel snor – ik popel!

mailIcon print |