Het is een warme middag. Zelfs in Noordoost-Groningen is het warm genoeg om buiten te zitten. Er is thee, er wordt gepraat, maar ondertussen loer ik rond.
De aronskelk heeft zijn blad teruggetrokken. Aan zijn steel prijken nu fel oranjerode bessen. Op de grens van tegels, muur en druifstruik krioelt het van de wegmieren. Vliegende wegmieren. Met warm weer zijn mieren gauw te porren voor een bruidsvlucht. De mannetjesmieren krijgen vleugels en kiezen het luchtruim. Voor iets anders deugen ze toch niet, onder mieren is het feminisme ver doorgevoerd. De vrouwen werken, vechten en regeren. En die mannen; soms zijn ze even nodig. Vliegen, jongens! Zelfs dat doen ze onbeholpen. Het lijkt of ze hotsebotsend door elkaar krioelen, maar aan het gekriebel op mijn benen en in mijn nek merk ik dat ze toch neigen naar het hogere.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.