*

 

mensenrechten / Vergeten cadeau

Cornelis Schavemaker − 12/04/08, 00:38

Dit jaar is het zestig jaar geleden dat de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens werd vastgesteld. Wat is de invloed ervan geweest in Nederland? Volgens filosoof Cornelis Schavemaker is er veel te weinig met de Verklaring gedaan.

Op 10 december 1948 namen de Verenigde Naties de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens aan.

De eerste twee volzinnen van de preambule luidden in de officiële Nederlandse vertaling:

* „Overwegende, dat erkenning van de inherente waardigheid en van de gelijke en onvervreemdbare rechten van alle leden van de mensengemeenschap grondslag is voor de vrijheid, gerechtigheid en vrede in de wereld.”

* „Overwegende, dat terzijdestelling van en minachting voor de rechten van de mens geleid hebben tot barbaarse handelingen, die het geweten van de mensheid geweld hebben aangedaan en dat de komst van een wereld, waarin de mensen vrijheid van meningsuiting en geloof zullen genieten, en vrij zullen zijn van vrees en gebrek, is verkondigd als het hoogste ideaal van ieder mens.”

De plechtigheid vond plaats drie jaar na de beëindiging van de Tweede Wereldoorlog, drie jaar nadat in Nederland de rechtsstaat was hersteld, de Nederlandse Grondwet weer van kracht was en de Nederlandse vlag weer kon wapperen. Op die decemberdag in 1948 werd als het ware een groot moreel vaandel geplaatst: een standaard van het Goede. De mensheid kon zich voortaan daarop richten. De standaard van het Kwade, die van de nazi-ideologie met haar duivelse rassenleer, was neergehaald.

Wat is de invloed van de Universele Verklaring geweest in Nederland?

Cees J. Hamelink, voorzitter van de Liga voor de Rechten van de Mens, heeft eens gezegd: „We hebben met de Universele Verklaring een cadeau gekregen, maar we zijn vergeten dat cadeau uit te pakken.”

In 1983, nu vijfentwintig jaar geleden, werd de Nederlandse Grondwet uit 1814 herzien. Van een directe verwijzing naar de Universele Verklaring in deze vernieuwde Grondwet was helaas geen sprake. Onlangs zei de huidige minister van binnenlandse zaken bij gelegenheid van het zilveren jubileum dat de tekst van de Grondwet flauw aandoet en dat sommige grondrechten er nogal archaïsch in zijn geformuleerd.

Maar waarom bepaalt de Grondwet niet dat Nederland de Universele Verklaring als een minimuminterpretatie opvat van fundamentele menselijke rechten en vrijheden? Waarom is eigenlijk de hele Universele Verklaring niet als inleidend hoofdstuk aan de Grondwet toegevoegd? Waarom is niet ten minste de veelzeggende Preambule erin opgenomen?

Als de Universele Verklaring werkelijk die status had gekregen, dan had Nederland er vermoedelijk anders uitgezien.

Neem het onderwijs.

Artikel 23 van de Grondwet handelt over de vrijheid van onderwijs. Dat is nog steeds toegesneden op het verzuilde Nederland van de 19de en 20ste eeuw en biedt alle ruimte aan op godsdienst gebaseerde scholen. Helaas is het artikel na de Tweede Wereldoorlog niet geherformuleerd. Niet op grond van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, evenmin op grond van de Universele Verklaring van de Rechten van het Kind (1959), noch op grond van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind (1989).

Was dat wel gebeurd, dan zouden nu in artikel 23 gedachten als volgt zijn geformuleerd.

1) Al het door de overheid gefinancierd onderwijs is gebaseerd op de erkenning van de inherente waardigheid en van de gelijke en onvervreemdbare rechten van alle leden van de mensengemeenschap.

2) De door de overheid gefinancierde scholen hebben naast het geven van onderwijs een pedagogische opdracht in de geest van de rechten van de mens en de rechten van het kind.

3) Op de door de overheid gefinancierde scholen wordt in de lessen aandacht besteed aan de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, de Universele Verklaring van de Rechten van het Kind, en het Verdrag inzake de Rechten van het Kind.

Deze drieledige herformulering zou tegemoetkomen aan de kritiek die een promovendus begin jaren negentig tot uitdrukking bracht in de volgende stelling: „Onderwijs is te veel vrijheid van richting en te weinig vrijheid van inrichting.”

Of neem de filosofie.

De Franse filosoof Maurice Merleau-Ponty (1908-1961) vond dat er na de Tweede Wereldoorlog niet meer op dezelfde wijze gefilosofeerd kon worden. De eveneens Franse, rooms-katholieke filosoof Gabriel Marcel (1889-1973) meende dat de rechtvaardiging van de onvervreemdbare menselijke waardigheid, waarop de Universele Verklaring is gebaseerd, de historische opdracht is van de huidige filosofie – een rechtvaardiging die volgens hem alleen op het vlak van leven en dood moet worden begrepen.

De Frans-Joodse filosoof Emmanuel Levinas (1906-1995), die voor het leven was getekend door de naziverschrikking, stelde dat er voor de rechtvaardiging van de onvervreemdbare menselijke waardigheid een ander soort filosofie nodig is dan de huidige. Naar zijn oordeel diende filosofie allereerst oog te hebben voor de dimensie die opdoemt in de ontmoeting met de Ander. Deze dimensie wordt, aldus Levinas, gekarakteriseerd door eerbied, verplichting, heteronomie en godsdienstigheid en is niet te onderscheiden van religie en ethiek.

De gedachten van Levinas hebben niet echt postgevat. Zijn filosofie wordt afgedaan als een stroming. Van de door hem bepleite transformatie van de filosofie is geen sprake.

Zou dat in de voorbije zestig jaar wel het geval zijn geweest, dan zouden de universitaire filosofiebeoefening, de lerarenopleidingen filosofie en het filosofieonderwijs er ook in Nederland heel anders hebben uitgezien.

Of neem het christendom.

Voor het christendom is „de erkenning van de inherente waardigheid en van de gelijke en onvervreemdbare rechten van alle leden van de mensengemeenschap” eigenlijk geen probleem. Dat kent het universele gebod van de naastenliefde. De Joodse Palestijn Jezus van Nazareth toonde destijds met zijn wereldvreemde oproep om je naaste lief te hebben als jezelf, op zijn manier de notie van de sacrale hoedanigheid van de menselijke waardigheid die wij nu op onze manier kennen.

Maar heeft het christendom de Universele Verklaring werkelijk omarmd? Heeft het zijn theologie daaraan aangepast? Vooral van dit laatste valt weinig te zien. Zie hoe het officiële christendom zich blijft vastklampen aan allerlei bovennatuurlijke gebeurtenissen – de maagdelijke geboorte van Jezus, de wonderen, de opstanding uit het graf, de hemelvaart.

Wat zou het christendom aan kracht en aantrekkingskracht winnen, als het de Universele Verklaring zou opvatten als de hedendaagse vertaling van de Tien Geboden. Als het zich zou focussen op de algemene mensenliefde, de inherente waardigheid van álle mensen, als het al het buitenissige zou retoucheren. Het zou zich tot een aanvaardbare, wereldwijde religie kunnen ontwikkelen.

Of neem het humanisme.

Het humanisme, geworteld in de klassieke oudheid en gekleurd door het christendom, omhelst de Universele Verklaring wél expliciet. In Nederland heeft het Humanistisch Verbond statutair bepaald dat eerbied voor de menselijke waardigheid centraal staat. Toch gaat het verbond – en ook het humanisme als levensbeschouwing – nog steeds te veel uit van de autonomie van de mens. Zijn egocentrische vrijheid wordt alleen geacht beperkt te zijn door die van anderen. Te weinig is de eerbied voor de Ander het uitgangspunt. Wat zou het humanisme aan kracht en aantrekkingskracht winnen, als het de Universele Verklaring voor honderd procent zou omarmen.

Het zou dan een rol van betekenis kunnen spelen in de humanisering van de Nederlandse samenleving, een tegenwicht bieden aan toekomstige nazistische ideologieën, en niet machteloos staan tegenover de ongebreidelde ontwikkeling van de technologie – in het bijzonder ten aanzien van het leven.

Onlangs heeft de Humanistische Alliantie op een conferentie in het Vredespaleis verklaard dat mensenrechten voor humanisten de basis vormen. De Alliantie heeft een uit tien punten bestaand ’strijdplan’ vastgesteld, gericht op de erkenning van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens in de Nederlandse Grondwet.

Het wordt de hoogste tijd.

Cornelis Schavemaker is filosoof.

mailIcon print |