Dat NCDO mensen bewust maakt van mondiale zaken is geen luxe, maar kwestie van verlicht eigenbelang.
Wat moet Arend Jan Boekestijn in zijn nopjes zijn geweest met zijn vondst (Podium, 19 juni): de overheidssubsidie aan de Nationale Commissie voor Internationale Samenwerking en Duurzame Ontwikkeling moet volgens hem geheel worden stopgezet en het vrijkomende bedrag kan in een vloeiende beweging worden overgemaakt naar Afrika, waar ze nog wel een bijdrage kunnen gebruiken om de landbouwproductie op te voeren. Van draagvlak creëren voor ontwikkelingssamenwerking en bewustwording van mondiale problemen, de taak van NCDO, kunnen Afrikanen volgens Boekestijn namelijk niet eten.
De redenatie van de VVD-woordvoerder ontwikkelingssamenwerking doortrekkend, kunnen we ook het ministerie van buitenlandse zaken decimeren, samen met de commissievergaderingen in de Kamer. Met de uitgespaarde kosten kan in Afrika een flinke maaltijd aangericht worden. Een lijstje opstellen van ’s werelds armste landen en aan hen rechtstreeks het ontwikkelingsbudget overmaken, zou volstaan.
Helaas zit de wereld ingewikkelder in elkaar dan Boekestijn wil doen geloven. Armoedebestrijding vindt niet alleen plaats in Afrika beneden de Sahara, in Zuid-Azië en Latijns Amerika, maar dient ook haar basis in de Nederlandse samenleving te hebben. Ondanks het primaat van de politiek, dat Boekestijn aanvoert, kunnen volksvertegenwoordigers en bewindslieden niet zonder maatschappelijke steun, of te wel draagvlak.
Overheidsbeleid kan slechts met succes worden uitgevoerd wanneer burgers zich er actief mee verbinden, in meningsvorming maar ook in gedrag. Dat zou een liberaal uit het hart gegrepen moeten zijn.
Dat de overheid haar beleid maatschappelijk toetst, is geen ongeoorloofde overheidsbeïnvloeding of ’vorm van onhelder denken’, zoals Boekestijn stelt, maar een goed gebruik in een democratie. Draagvlak creëren is namelijk iets anders dan propaganda maken. „Wij geven toch ook geen geld aan een organisatie die het draagvlak voor kernenergie wil vergroten?”, vraagt Boekestijn zich retorisch af. Nee, niet aan een kernenergielobby, maar iedereen herinnert zich wel de Brede Maatschappij Discussie uit de jaren tachtig, bedoeld om het draagvlak voor kernenergie te toetsen.
Op een zelfde manier stimuleert NCDO het maatschappelijk debat over nut en noodzaak van ontwikkelingssamenwerking, niet onder gelijkgestemden maar in alle politieke sferen. Zelfs de Teldersstichting van de VVD maakte er gebruik van.
De NCDO wil kwesties op de publieke agenda zetten. Er groeit nu een nieuwe generatie op die meer dan de vorige te maken krijgt met de lusten en lasten van de globalisering.
Met de dag wordt duidelijker dat geen van de grote problemen hier thuis nog opgelost kan worden zonder de wereldwijde dimensies erbij te betrekken. Onveiligheid hier, ongereguleerde immigratie, milieubederf, grensoverschrijdende criminaliteit, drugs- en mensenhandel, terrorisme en zelfs de nieuwe epidemieën zijn niet te bestrijden door hier grenzen te sluiten.
Die moeten ’bovenloops’ worden aangepakt: ginds dus. Want als er geen breed perspectief is op welvaart, een rechtstaat en democratie, veiligheid en toekomst en werk voor de kinderen, dan zoeken de mensen ginds de uitweg in andere vormen van overleven. Het is dus geen ’luxe’ of ’ver-van-mijn-bedshow’ dat NCDO de bewustwording van mondiale kwesties ter hand neemt, maar een zaak van verlicht eigenbelang.
Het heeft ook zín burgers te betrekken bij het ontwikkelingsbeleid, zo blijkt uit onderzoek van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling Oeso. De kwaliteit van het beleid stijgt naarmate het publieke debat over mondiale kwesties levendiger is. Nederland scoort al jaren hoog in de index ’betrokkenheid bij ontwikkeling’ van het Amerikaanse Center for Global Development, vorig jaar eindigden ’we’ zelfs als eerste. Dat zegt ook iets over het publieke debat. Als NCDO zullen we dat succes niet claimen, maar we dragen zeker ons steentje bij.
Kunnen Afrikanen daarvan eten? Een goed westers ontwikkelingsbeleid helpt mensen zich aan de armoede te ontworstelen, zoals dat nu miljoenen mensen doen, met name in landen als India en China. Het Westen heeft daar een rol in gespeeld, door hulp te geven en kennis over te dragen.
Nog een laatste argument om de ’eetbaarheid’ van bewustwording en draagvlakactiviteiten te onderstrepen: NCDO verstrekt ook subsidies aan particulieren die ontwikkelingsprojecten hebben opgezet. Daarvan eten Afrikanen wel degelijk. Nog niet voldoende, dat is zeker, maar daar moeten we elke dag aan blijven werken – het liefst Arend Jan Boekestijn en NCDO gezamenlijk.
Het artikel van Arend Jan Boekestijn is nog na te lezen op www.trouw.nl/discussie
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.