*

 

24 juni / Een soort Midas Dekkers

Koos Dijksterhuis − 24/06/08, 01:01

Een kennis van me zag door zijn raam twee schepnetten en een stok boven het riet uitsteken. Hij dacht: die gaan zeker met schoolkinderen beestjes vangen in de sloot. Maar vanwege die stok ging hij toch even kijken. Het waren drie vrouwen van een jaar of 50.

Een dikke vrouw en twee dunne vrouwen, van wie één met rood haar. Eén droeg zo’n plastic koffer met luchtrooster om katten in te vervoeren. De vrouwen joegen met stok en netten achter jonge eendjes aan. De eendjes stoven heen en weer. ’Waarom doen jullie dat?’ Een van de vrouwen bitste hem toe, op de toon van iemand die er genoeg van heeft niet begrepen te worden: ’om ze op te vreten, nou goed’.

Een ander verklaarde dat de eendjes gered moesten worden, omdat ze hun moeder kwijt waren. Kennis zei: ’laat die eendjes toch. Ze vinden hun moeder wel en anders is daar weinig aan te doen. Dit gesol overleven ze niet, ze zijn veel te klein!’ Daarop ontstak de roodharige reddingsdame in woede. Ze schreeuwde dat hij zeker ’een soort Midas Dekkers’ was. Dat vond hij wel een compliment. Thuis belde hij voor de zekerheid een opvangcentrum voor zielige dieren.

Daar werd diep gezucht. ’Ze helpen die eendjes van de wal in de sloot. In de opvang kunnen we niets voor ze doen.’ Kennis toog andermaal naar de reddingsbrigade. Werden die dames wel gedreven door goede bedoelingen? Of wilden ze hun poes verwennen met verse eend? Hij nam een foto, waarop de toch al heetgebakerde eendenredster uitzinnig van razernij tegen hem begon te krijsen. Maar wel pakten de vrouwen hun netten en vertrokken ze.

mailIcon print |