Twee Ierse huurmoordenaars worden na een uit de hand gelopen klus in Londen door hun opdrachtgever voor een paar weken in Brugge gestationeerd – om even af te koelen, lijkt het.
Van afkoelen is natuurlijk geen sprake. McDonagh warmt de boel op, en dat doet hij aardig, met hulp van een fraai stel doorgewinterde Ierse acteurs en bijrollen van een paar ’lokale’ acteurs onder wie Dardenne-lieveling Jérémie Renier en de Nederlandse Thekla Reuten als zwangere hoteleigenaresse.
Een belangrijke inspiratiebron wil McDonagh in zijn film ook best met naam en toenaam noemen: ’Don’t Look Now’ van Britse vakbroeder Nicolas Roeg, waarin het romantische Venetië begin jaren zeventig in subtiele, psychologische horror werd gedrenkt.
Zo laat McDonagh de jongere en duidelijk verveelde gangster, gespeeld door de Ierse acteur Colin Farrell, in het middeleeuwse stadscentrum opeens op een filmset belanden. Dat geeft een romantisch aanknopingspunt, maar ook een doordacht film-in-de-film gegeven met een terugkerende dwerg die weer herinnert aan ’Don’t Look Now’.
Gewoontjes is en blijft wel het motief van de twee mannen die tegen wil en dank met elkaar opgezadeld zitten, en die het samen moeten zien te rooien. Tegenover Colin Farrell staat Brendan Gleeson als de wat oudere en meer bezadigde gangster die anders dan de jongeling een toeristische route uitstippelt en wat van zijn verblijf in Brugge probeert te maken.
Dat er achter de boeventronies een alternatieve vader-zoonrelatie schuilgaat, is uiteindelijk weinig verrassend. Ook is het natuurlijk wel aardig gevonden om twee Ierse gangsters in een popperig stadje als Brugge neer te zetten, maar dat wordt dan ook wel breed uitgemeten – tot aan de titel aan toe.
(Regie: Martin McDonagh. Met Colin Farrell, Brendan Gleeson, Ralph Fiennes, Jérémie Renier, Clémence Poésy en Thekla Reuten. In 14 bioscopen)
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.