China vind het maar kwetsend, dat gepraat over mensenrechtenschendingen. Minister Verhagen organiseerde toch, met de Spelen in Peking in zicht, een conferentie.
„Zou de Nederlandse delegatie in Peking dan ten minste kunnen afzien van feestvieren in het Holland Heineken House?” had cabaretier Erik van Muiswinkel als slotvraag bewaard voor Erica Terpstra. „Want dat maakt het allemaal nog een graadje erger”, lichtte hij toe.
Maar de voorzitter van sportkoepel NOC-NSF antwoordde met een resoluut nee. „De Olympische sporters hebben recht op een feestje als ze mooie resultaten boeken. Ze hebben zich daar het leplaze... ze hebben daar ontzettend hard voor gewerkt”, aldus Terpstra, die in haar jonge jaren triomfen vierde als zwemster.
De cabaretier – „Nederland moet niet naar de de Olympische Spelen in Peking gaan” – en de sportbestuurder – „Nog 201 dagen” – troffen elkaar gisteren in Den Haag op een bijeenkomst over de mensenrechten in China. „China gaat de Spelen uitbaten”, waarschuwde Van Muiswinkel daar, „net zoals Hitler dat in 1936 deed.” „Een boycot heeft nog nooit geholpen. U misbruikt de sport”, repliceerde Terpstra.
De conferentie waarop Van Muiswinkel en Terpstra de degens kruisten was georganiseerd door minister Verhagen (CDA) van buitenlandse zaken, die daarmee voldeed aan een wens van de Tweede Kamer. Een ingezonden stuk in de Volkskrant van de Chinese ambassadeur in Nederland, mevrouw Xue Hanqin, die alle openbare discussies over schendingen van de mensenrechten in haar land kwetsend vindt voor gevoelens van het Chinese volk, verhinderde niet dat op de bijeenkomst allerlei sprekers hun zorgen uitten over de wijze waarop het Olympische gastland omspringt met de mensenrechten.
Niet alleen Verhagen, staatssecretaris Bussemaker (PvdA) van sport en directeur Eduard Nazarsky van de Nederlandse afdeling van Amnesty International uitten gisteren als panelleden hun zorgen, vanuit de zaal lieten ook diverse organisaties zich horen. Maar naast de kritiek was er ook aandacht voor verbeteringen die inmiddels zichtbaar zijn.
„De Chinese autoriteiten willen hun imago verbeteren en realiseren zich steeds meer dat daarbij ook een goede staat van dienst op het terrein van de mensenrechten hoort”, aldus Verhagen. Ook volgens Nazarsky zijn de naderende Olympische Spelen een goede aanleiding om de kwestie van de mensenrechten weer aan de orde te stellen.
Bussemaker keek daarbij ook al vooruit naar de volgende Spelen, in 2012 in Londen. NOC-NSF heeft er samen met de organisatie Fairplay voor gezorgd dat de Nederlandse sporters in Peking kleding en schoeisel dragen die zijn vervaardigd naar internationale maatstaven voor arbeidsomstandigheden. Als het aan Bussemaker ligt, geldt dat in 2012 voor alle Olympische sporters.
Alle verzekeringen dat de Spelen worden aangegrepen om de Chinese regering aan te spreken op de (schendingen van) mensenrechten konden Van Muiswinkel niet afbrengen van zijn overtuiging dat een boycot de enig juiste reactie is. „Een fabuleuze spagaat, een wanhopige poging om twee dingen te verzoenen die niet te verzoenen zijn”, zo kwalificeerde hij de benadering van praten, maar wel gaan.
Voor de boycot die Van Muiswinkel bepleit, bleek op de conferentie geen steun. Maar de cabaretier geeft niet op. „Enkele dagen na mijn oproep van oudejaarsdag bleek uit een opiniepeiling dat 75 procent van de bevolking mij niet steunde. 25 procent dus wél, dacht ik toen. Mijn doel is dat als de Spelen beginnen 50 procent van de Nederlandse bevolking zegt: ’daar hadden we beter niet kunnen zijn’.”
VVD-Kamerlid Hans van Baalen, indiener van de motie waarin om de conferentie werd gevraagd, toonde zich na afloop ingenomen met de bijeenkomst. „Geen boycot”, concludeerde hij. „We moeten de Chinese muur steeds een beetje poreuzer maken.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.