(Novum/Ap) - De Iraakse regering moet alle veiligheidstroepen die deserteerden tijdens gevechten in Basra in ere herstellen. Dat heeft de sjiitische geestelijke Muqtada al-Sadr maandag geƫist.
De Iraakse autoriteiten ontsloegen zondag meer dan 1300 soldaten en agenten voor het verlaten van hun post of het weigeren te vechten toen vorige maand in het Zuid-Iraakse Basra strijd uitbrak tussen sjiitische milities en regeringstroepen. "Alle broeders in het leger en de politiemacht die hun wapens aan hun broeders (de sadristen, red.) gaven gehoorzaamden slechts hun religieuze leiders. Ze werden gedreven door hun religieuze plicht", zei Al-Sadr. De soldaten en agenten moeten beloond worden omdat ze zich loyaal betoonden aan hun religie, voegde hij eraan toe.
De Iraakse regering oefent druk uit op Al-Sadr om zijn Mahdi-militie te ontmantelen, op straffe van politieke isolatie. Het regeringsoffensief in Basra, onder meer gericht tegen de Mahdi-militie, liep al snel vast doordat de militie felle tegenstand bood. En dat terwijl de militieleden in de minderheid waren en de Amerikaanse en Britse legers de Iraakse regeringstroepen artillerie- en luchtsteun verleenden. Meer dan duizend Iraakse troepen weigerden te vechten. Ze leverden hun voertuigen en wapens in bij de sjiitische milities of vochten aan hun zijde mee.
Het falende offensief was een persoonlijke nederlaag voor premier Nouri al-Maliki, die er opdracht toe gaf en het in de eerste week persoonlijk leidde. Er ontstonden bovendien nieuwe twijfels over de staat waarin het Iraakse leger verkeert.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.