*

 

Machine wast vogels schoon

Maaike Bezemer − 12/02/08, 00:02

Door een olievlek voor de Duitse Noordzeekust zijn honderden zeevogels besmeurd geraakt. Vrijwilligers van De Fûgelspits in Moddergat schieten te hulp. Een wasmachine biedt uitkomst.

Vogelopvangcentrum Fûgelpits in het Friese Moddergat heeft de afgelopen dagen 230 met olie besmeurde vogels opgevangen. Met rust en afwasmiddel komen ze er weer bovenop.

De stookolie komt van een vlek voor de Duitse Noordzeekust. Het is de ernstigste vervuiling in tien jaar tijd, zeggen natuurorganisaties. Zij schatten dat tienduizend eenden en zeekoeten getroffen zijn. Het merendeel lijkt ten dode opgeschreven.

Of de besmeurde vogels gered kunnen worden, hangt vooral af van de windrichting en of ze aanspoelen. „Op zee zijn ze niet te vangen”, zegt Gaatske Wiersma, eigenares van opvang de Fûgelpits. Als de aangespoelde zeevogels eenmaal in dozen zijn vervoerd naar Moddergat, hebben ze een grote overlevingskans. Dankzij dertig jaar ervaring van de vrijwilligers van Fûgelpits. En vooral dankzij een soort wasmachine. De vogels worden met kooi en al in de machine gezet. Verschillende sproeiers draaien om de dozen heen. Tien minuten douchen met Dreft en de beesten zijn schoon, vertelt Wiersma. „Zeevogels zijn geen knuffeldieren, was je ze met de hand dan zijn ze 24 uur later nog gestresst. Nu raken we ze amper aan en zijn ze rustig zodra ze weer in hun hok zitten.”

Van oktober tot april, als er volop eidereenden en Zwarte Zee-eenden in de Waddenzee overwinteren, staan bij de Fûgelpits dertig vrijwilligers paraat. Ze controleren de kustlijn van Friesland en houden de stranden van Waddeneilanden in de gaten.

Wiersma: „Als er eenmaal een vlek ligt, trekt die vogels aan. Waar olie drijft, is het water rustiger. Vogels denken dat er een zandbank ligt, dat ze er voedsel kunnen vinden of kunnen rusten en landen er middenin.”

Een kleine vlek op een vogel is al funest. Het verenpak laat water door en de dieren raken onderkoeld. En vaak krijgen ze de troep ook binnen, doordat ze met hun snavel in hun veren gaan pulken.

Wiersma heeft veel geleerd sinds haar vader in 1978 met de opvang begon: hoe ze veren schoon moet krijgen, maar ook dat de zeevogels veel rust nodig hebben en dat ze liefst in een grote groep verblijven. Wiersma weet inmiddels ook welke medicijnen het beste helpen tegen door olie aangetaste ingewanden.

De kennis blijkt jaarlijks nodig. Wiersma noemt de eerdere olierampen zo op: in 1987 hadden ze 552 slachtoffers in een paar dagen. In 1995, een ramp op het Wad met 1068 slachtoffers in drie dagen tijd. In 1999 brak de tanker Erika doormidden voor de Franse kust en verzorgde de Fûgelpits 1400 vogels. En in 2004 kwam de laatste grote groep, 225 Zwarte Zee-eenden uit Duitsland. Wiersma: „Ook op het Wad is er altijd wat, het is een drukke scheepvaartroute.”

mailIcon print |