Duizenden Afghanen protesteerden tegen de film van Geert Wilders. „Maar ik wil wel dat de troepen blijven”, zegt een parlementslid.
„Hoe zei u dat die meneer heet? Vieldus? Wieldas?” Nee, Wilders. Het Afghaanse parlementslid Haji Mohammed Amin Kane (53) herhaalt het een paar keer en krabbelt de uitspraak in de lokale taal Dari snel even op een hoekje van een krant.
Hij mag dan wat moeite hebben met de naam van zijn Nederlandse collega, de commotie over diens koranfilm is hem allerminst ontgaan. Kane is afkomstig uit het noordelijke Kunduz. Zijn kunstig gedraaide grijze tulband past mooi bij zijn grijze jasje en gesoigneerde grijze baard.
De parlementariër benadrukt dat hij niet partijgebonden is en toont zich gematigd. „Wij zijn er niet op uit te demonstreren tegen landen die ons helpen en militair bijstaan. Maar we willen duidelijk maken dat het afgelopen moet zijn met de kritiek op ons geloof”, zegt Kane. „We hebben respect voor andere godsdiensten en culturen en dat moeten we van andere landen ook krijgen.”
Een meerderheid in het Afghaanse parlement deelt die mening. Het telt 343 afgevaardigden en senatoren en zo’n 200 à 300 van hen demonstreerden afgelopen dinsdag tegen de door Deense kranten opnieuw afgedrukte spotprent van de profeet Mohammed en ook tegen de aangekondigde film van Wilders.
In het islamitische Afghanistan is belediging van de profeet en de islam een misdaad die bestraft kan worden met de dood. Parlementsleden riepen in een verklaring de internationale gemeenschap op, dergelijke ’gevaarlijke uitdagingen aan de moslimgemeenschappen’ te verbieden. Zij eisten dat de Afghaanse regering de Nederlandse en Deense ambassadeurs ter verantwoording roept.
De demonstraties van gisteren en zaterdag in het oostelijke Jalalabad en de westelijke stad Herat – met zeker 5000 mensen de grootste tot nu toe – gingen aanzienlijk verder. Hier werden Deense en Nederlandse vlaggen verbrand en werd gedreigd met aanvallen op buitenlandse troepen. In Herat gooide iemand een granaat naar een politiebureau, waarbij wonderwel geen slachtoffers vielen.
Er zijn sinds vorige week zondag zeven demonstraties geweest door het hele land heen. In hoeverre de protesten centraal geregisseerd zijn is niet duidelijk. Ze worden georganiseerd door islamitische geestelijken, door studenten, door boze stamoudsten of lokale bestuurders. De demonstraties lijken prematuur omdat niemand de film van Wilders nog gezien heeft.
Volgens Kane moet dat zo blijven. „Via het internet weten we er genoeg over en we willen bereiken dat de film niet uitkomt. Het kan van een bevriend land een vijand maken en daarom ben ik er tegen. Maar ik wil wel dat de troepen blijven”.
Kane begint te lachen als hem gevraagd wordt of hij Wilders zou willen ontmoeten voor een stevige discussie. „Als privépersoon wil ik hem best ontvangen. Maar als parlementslid, kan dat niet. Zo’n discussie kunnen we ook beter aan een moellah (schriftgeleerde, red.) overlaten. Ik ben moslim en weet wat het geloof voor mijzelf betekent. Maar een moellah kan religieuze kwesties beter beargumenteren.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.