Spanje houdt het de komende vier jaar bij de socialistische regering van José Zapatero.
Volgens de stembusprognoses zou zijn PSOE bij de verkiezingen gisteren 44 procent van de stemmen hebben gehaald, tegen ongeveer 38 procent voor de conservatieve PP. Dat betekent een winst van enkele zetels in de Cortes, het parlement.
Zapatero kwam vier jaar geleden aan de macht, na verkiezingen die in het teken stonden van de bloedige aanslag op het Madrileense Atocha-station. Het verlies van de toenmalige PP-regering werd deels veroorzaakt doordat die probeerde de aanslag in de schoenen van de Baskische afscheidingsbeweging Eta te schuiven, hoewel het al snel duidelijk was dat er islamisten achter zaten. Zapatero had al voor de aanslag een snelle terugtrekking beloofd van de Spaanse troepen uit Irak.
Deze verkiezingen werden opnieuw gekenmerkt door een terreurdaad: de moord op een oud-gemeenteraadslid in Baskenland, dit keer waarschijnlijk wel gepleegd door de Eta. De PP heeft Zapatero verweten niet hard genoeg op te treden tegen die afscheidingsbeweging. In 2006 zijn er zelfs onderhandelingen geweest. Maar de moord lijkt geen invloed te hebben gehad: de winst van Zapatero komt overeen met wat peilingen hadden voorspeld . Regionale partijen in Catalonië en Baskenland haalden ongeveer evenveel stemmen als vier jaar geleden. Wel was de opkomst in Spanje opnieuw opvallend hoog. Dat de PP nu twee keer achter elkaar een nederlaag heeft geleden bij landelijke verkiezingen, voorspelt niet veel goeds voor de positie van partijleider Mariano Rajoy.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.