*

 

Geen onvertogen woord

George Marlet − 14/04/08, 00:00

Generaal Dick Berlijn zal bij zijn afscheid uitbundig worden geprezen, niet alleen door collega-militairen, ook door politici. Hij heeft zich als hoogste militair steeds loyaal tegenover de politiek opgesteld. Maar er is ook kritiek, want die loyaliteit ging volgens sommigen wel heel ver.

Dick Berlijn is het onbetwiste boegbeeld van Defensie. Voor het publiek is in één oogopslag duidelijk: hier staat de commandant. Een man die gezag uitstraalt en het hoofd in elke situatie koel houdt. Berlijn is sinds september 2005 commandant der strijdkrachten, de hoogste militair van het land.

Bij zijn afscheid zal Berlijn (58) komende week door collega-militairen en politici uitbundig worden geprezen voor de manier waarop hij zijn functie heeft ingevuld. Hij was niet alleen de eerste commandant der strijdkrachten, maar heeft ook leiding gegeven aan de missie in Uruzgan. Het meest indringende beeld: Berlijn in de vroege ochtend van zondag 13 januari met een verstrakt gezicht op weg naar de persconferentie waar hij de dood van twee Nederlandse militairen bekend gaat maken. Een dag later moet hij meedelen dat de twee militairen en ook twee Afghanen waarschijnlijk door eigen vuur om het leven zijn gekomen. De missie in Uruzgan is een buitengewoon zware verantwoordelijkheid die Berlijn zichtbaar ouder heeft gemaakt. Zijn gezicht is meer getekend, zijn zwarte haren in korte tijd steeds grijzer geworden.

Berlijn heeft achter de schermen een belangrijke rol gespeeld bij het besluit van de regering om uiteindelijk 1600 militairen naar de Afghaanse provincie Uruzgan te sturen. Als het aan Defensie had gelegen, zouden er zo’n duizend militairen meer zijn gestuurd, maar dat bleek al gauw te kostbaar en dus niet haalbaar. Volgens het adagium ’De politiek beslist, de krijgsmacht voert uit’ schikte Berlijn zich loyaal in deze politieke realiteit en werkte voluit mee om de Tweede Kamer te overtuigen. Berlijn, zeggen mensen uit zijn omgeving, is er de man niet naar om met zijn vuist op tafel te slaan en te roepen ’Tot hier en niet verder’. Zijn tactiek is meer die van de jachtvlieger: de omgeving scherp observeren, obstakels ontwijken en op het beslissende moment toeslaan.

Toen hij in september 2005 werd benoemd tot commandant ter strijdkrachten, was Dick Berlijn al chef defensiestaf. De nieuwe functie van commandant der strijdkrachten viel Berlijn toe omdat de luchtmacht (na de marine) aan de beurt was om de hoogste militair te leveren. Maar het kwam wel erg goed uit dat juist Dick Berlijn in de startblokken stond. Na een vlekkeloze en zeer voorspoedige carrière was hij de gedroomde kandidaat: diplomatiek, een goed ontwikkeld gevoel voor politieke verhoudingen en zeker ook mediageniek – in tegenstelling tot zijn voorganger, luitenant-admiraal Luuk Kroon.

Al in 1993, tijdens de Navo-operatie ’Deny Flight’ boven Joegoslavië, viel Berlijn op door zijn vlotte en professionele omgang met journalisten. Hij was toen commandant van het F16-detachement en vloog vanaf de Italiaanse basis Villafranca zelf ook mee boven Bosnië. „Let op, die wordt nog eens heel groot”, voorspelden luchtmachtofficieren. Berlijn overtroefde zelfs zijn vader, die zijn loopbaan afsloot als commandant tactische luchtstrijdkrachten. Deze functie vervulde Dick Berlijn ook, om daarna door te stoten tot bevelhebber van de luchtstrijdkrachten en uiteindelijk naar de hoofdprijs, commandant der strijdkrachten.

De commandant is de baas van de ondercommandanten van landmacht, luchtmacht en marine, maar binnen de hiërarchie van Defensie staat hij een treedje lager dan de vroegere chef defensiestaf. Anders dan de term ’hoogste militair’ doet vermoeden, is de commandant der strijdkrachten nevengeschikt aan directeuren-generaal. Binnen de krijgsmacht bestond daarom de angst dat Defensie meer als een burgerbedrijf zou worden bestuurd. Berlijn heeft dat weten te voorkomen, tot opluchting van ’zijn’ militairen.

Minder positief is het oordeel van militairen over Berlijns houding ten opzichte van kabinet en Tweede Kamer. Hij is ’glad’, wat zoveel wil zeggen als wel erg begripvol voor politieke afwegingen. Onder Berlijns commando zijn forse bezuinigingen op de krijgsmacht doorgevoerd. Tegelijk is de druk op het resterende personeel toegenomen, vooral door de missie in Afghanistan. Defensie kampt met een tekort aan zo’n zevenduizend mensen. Militairen verlaten voortijdig de dienst omdat ze niet voor de zoveelste keer op uitzending willen, terwijl de instroom van nieuw personeel achterblijft.

Voorzitter Jan Kleian van de CNV-militairenbond Acom is teleurgesteld over Berlijn als hoogste militair. „Ik had verwacht dat hij meer tegengas zou hebben gegeven aan de politiek. Hij heeft onvoldoende signalen aan de politiek afgegeven dat er een te grote wissel op het personeel wordt getrokken. Wij hebben daar twee jaar geleden al voor gewaarschuwd, maar daar heeft Berlijn niets mee gedaan.” Een heel enkele keer deed de commandant in het openbaar een voorzichtige voorzet. In juni 2006 zei Berlijn op een persbriefing dat er mogelijk meer troepen in Uruzgan nodig konden zijn omdat het voorjaarsoffensief van taliban-strijders heftiger uitpakte dan was voorzien.

Die uitspraak kwam Berlijn prompt op een publieke terechtwijzing door toenmalig minister Kamp te staan. Uiteindelijk kreeg Berlijn overigens wel gelijk en gingen er meer troepen naar Uruzgan.

Volgens vakbondsvoorzitter Kleian heeft de nauwe band van de commandant met de politiek meer te maken met de nieuwe topstructuur dan met de persoon van Berlijn. „Zo ken ik Dick niet. Hij heeft als commandant der strijdkrachten besluiten moeten nemen die hij als bevelhebber van de luchtmacht niet zou hebben genomen.”

Onder meer de vliegbasis Twenthe ging dicht, waar Berlijn jarenlang heeft gevlogen en chef van de vliegdienst was. Tijdens de sluitingsceremonie verdedigde Berlijn de bezuinigingen als noodzakelijk ’om de krijgsmacht ook in de toekomst te kunnen laten beschikken over voldoende modern materiaal en goed opgeleide mensen’. Om er na afloop desgevraagd aan toe te voegen dat de sluiting hem niet geheel onberoerd liet. „Ik ken de mensen, ik ken de gebouwen. Natuurlijk doet het je wat.”

Emoties toont Berlijn bij voorkeur niet tijdens publieke optredens. Ook binnenskamers is zijn optreden vooral zakelijk. Tijdens gesprekken komt hij direct ter zake; voor koetjes en kalfjes is geen tijd. Het efficiënt benutten van zijn tijd geldt als een van de verklaringen waarom Berlijn zo ver gekomen is.

Het is niet bekend wat Berlijn na zijn afscheid van Defensie gaat doen. ’Dick for president’, wordt op het ministerie gekscherend gezegd om aan te duiden dat Berlijn andere topfuncties min of meer voor het uitkiezen heeft. Een carrière in de politiek is zeker denkbaar. In zijn Haagse jaren heeft Berlijn uitstekende contacten en een gedegen reputatie opgebouwd. Berlijn zou er dan wel in salaris op achteruit gaan. Met een jaarinkomen van ruim 225.000 euro behoort de commandant der strijdkrachten tot de best betaalde ambtenaren van Nederland.

Een overstap naar het bedrijfsleven is ook een serieuze mogelijkheid. Zelfs de naam van vliegtuigfabrikant Lockheed Martin is al gevallen. Die bouwt de Joint Strike Fighter (JSF), de door Berlijn vurig gewenste opvolger van het F16-jachtvliegtuig. Zo’n overstap past volgens insiders echter niet in Berlijns strikte opvattingen over het gescheiden houden van belangen. In zijn functie van commandant der strijdkrachten heeft niemand hem er op kunnen betrappen dat hij de luchtmacht bevoordeelde. Daar is Dick Berlijn te netjes voor.

mailIcon print |