*

 

De wurggreep van de Afrikanen

Rob Velthuis − 12/04/08, 01:55

De winnaar van de 28ste marathon van Rotterdam is, net als de voorgaande negen edities, een Keniaan. De Afrikaanse overheersing heeft hardlopen voorspelbaar gemaakt.

Tijdens de presentatie van het eliteveld van de Marathon Rotterdam zitten deze donderdag zeven Kenianen op een rij. In de drie kopgroepen zal er zondag een veelvoud van te zien zijn.

Een dag eerder toonde de persconferentie van concurrent Londen een soortgelijk beeld. Ook daar komen de grootste namen uit Kenia, al hebben de Britten met hun immense budget meer variatie in hun lopersveld kunnen aanbrengen.

Daar komen zes van de twaalf sterren die ooit binnen de 2 uur en 9 minuten liepen van buiten Kenia. Ook Rotterdam heeft twaalf lopers gecontracteerd die deze al lang niet meer magische barrière ooit hebben geslecht. Van hen gaat slechts de Fransman Driss El Himer zonder Keniaans paspoort door het leven.

De toenemende dominantie van Afrikaanse lopers is al jaren een zorg binnen de atletiek. Een steeds grotere groep talenten uit vooral Kenia en Ethiopië heeft de rest van de wereld op de lange afstanden in een wurggreep.

Dat uit zich overal, en drukt ook een stempel op de Nederlandse atletiek. Van de meest onbetekenende dorpsloop tot de grootste stadsmarathon zijn het de broodlopers uit Afrika die het prijzengeld komen opeisen.

Dat lijkt een verlammend effect te hebben op de atletiek in de voormalige westerse grootmachten. Dertig jaar geleden werd de marathon gedomineerd door Amerika, Australië en Europa. Zij komen er niet meer aan te pas.

De diversiteit die de loopsport zo fascinerend maakte, verdwijnt. Aansprekende sterren zijn een schaars artikel geworden. Slechts wedstrijddirecteuren lijken zich druk te maken om de veelal inwisselbare namen op hun startlijsten. Mits er een snelle tijd achter staat.

Twee weken geleden werden tijdens de WK cross in Schotland de zorgen hardop uitgesproken door de top van de mondiale atletiekfederatie IAAF. Dat kampioenschap is het zwaarst bezet van alle, de beste atleten van de midden- en lange afstanden ontmoeten elkaar daar. En de cross is het enige titeltoernooi waarin landenploegen (maximaal negen lopers) tegen elkaar strijden.

Vanaf 1981 hebben Ethiopische of Keniaanse mannen de wereldtitels voor zich opgeëist. Voor de vrouwen geldt de dominantie zeventien jaar. Maar dat is niet eens de voornaamste zorg. De grootste vrees is dat Europa de strijd heeft opgegeven.

Toen het evenement in 1973 voor het eerst werd gehouden, kwam 85 procent van de deelnemers uit Europa. In Birmingham was dat nog maar 29 procent. Dat Duitsland slechts één loopster afvaardigde, noemde IAAF-secretaris Pierre Weiss ’beschamend’.

Ook Nederland was slecht met één deelnemer (van Afrikaanse afkomst) aanwezig, Hilda Kibet. Ook hier lijkt men vergeten dat de cross de sleutel is voor succes op de baan en de weg, zoals Sebastian Coe, directeur van de Olympische Spelen in Londen, vaststelde.

Coe zegt zijn lange reeks wereldrecords en twee olympische titels op de 1500 meter (1980 en 1984) te danken aan de cross. „Kijk in de annalen van het langeafstandslopen, en je zult zien dat het merendeel van de grote namen aan crosscountry deed.”

Gezien de huidige ontwikkeling op de cross heeft de Afrikaanse dominantie haar hoogtepunt nog niet bereikt. Sterker, waar de Europeanen (en met hen de Amerikanen en Australiërs) afhaken, worden de Kenianen en Ethiopiërs steeds sneller.

Ze worden professioneler begeleid, trainen specifieker en hebben geleerd gedisciplineerd voor hun sport te leven. Bovendien is er het psychologische effect van de steeds snellere tijden: het besef dat niets onmogelijk is.

Dat laatste is een effect dat Eric Brommert, verantwoordelijk voor de topsporters in Rotterdam, steeds nadrukkelijker signaleert. „Vroeger dacht men aan tijden onder de 2.06 uur. Nu de barrière van 2.05 al een paar maal is geslecht, gaan de gedachten uit naar 2.03. Kijk wat er op de halve marathon gebeurt, met steeds meer lopers binnen het uur (9 keer in 2006, 23 keer in 2007, red). Met die hogere basissnelheid zal het ook op de marathon sneller gaan.”

In Rotterdam maakt de Nederlander Luc Krotwaar zich druk om een olympische limiet van 2.10. Alleen vorig jaar al werd door Kenianen 53 keer sneller gelopen.

Dat heeft wel tot gevolg dat volstrekt onduidelijk is hoe zij zich voor de olympische marathon in Peking kunnen kwalificeren. „Zo hard mogelijk lopen en dan afwachten”, aldus Joshua Chelanga, de winnaar van de oververhitte vorige editie van Rotterdam.

mailIcon print |