*

 

Omroepen dingen naar gunst allochtone kijker

Ivo Barends − 12/04/08, 01:53

De nieuwe multiculturele tv-show ’Op de Bazaar’ moet de publieke omroep meer kleur geven. Tot nu toe is dat maar mondjesmaat gelukt.

De multiculturele variant van ’Life & Cooking’ moet het worden, het middagmagazine ’Op de Bazaar’, dat vandaag voor het eerst te zien is op Nederland 2. Een gezellig praatprogramma vanaf de Beverwijkse bazaar, gepresenteerd door Diewertje Blok, Hakim Traïda, en Manoushka Zeegelaar Breeveld. Aan tafel gasten met allerlei culturele achtergronden, en in de kookrubriek natuurlijk veel exotische recepten.

De talkshow – gemaakt door de NPS in samenwerking met de Avro, Multiculturele Televisie Nederland (MTNL), RVU, Organisatie Hindoemedia (OHM) en de Nederlandse Moslimomroep (NMO) – is een nieuwe poging van de publieke netten om allochtone kijkers te bereiken. Daar hebben omroepen namelijk grote moeite mee, bleek deze maand uit TNO-onderzoek. Ze vinden ze diversiteit belangrijk, maar vaak komen ze niet verder dan goede voornemens, aldus de onderzoekers.

De NCRV ging een jaar geleden met ’diversiteitsquota’ werken. Dat betekende dat ’De Rijdende Rechter’ per seizoen minimaal twee zaken met een multicultureel element moest behandelen, en dat 2 van de 14 gasten van Rik Felderhof uit een ’culturele minderheid’ moesten komen.

„Wij geloven niet in zo’n systeem, zegt Frans Jennekens, projectmanager diversiteit van de NPS. „Dat is een beetje geforceerd. Dat zien ze bij de NCRV nu ook wel; ze gaan er al wat soepeler mee om.”

Het is de kunst om er geen puur allochtonenprogramma van te maken, vervolgt Jennekens. „Dat deden we in het verleden wel met bijvoorbeeld ’Paspoort’, dat was echte doelgroep-tv. Maar geslaagde multiculturele televisie is juist interessant voor iedereen. ’Raymann is Laat’ en ’Premtime’ zijn de standaardvoorbeelden van programma’s die een breed publiek aanspreken, met zowel allochtonen als autochtonen. NPS probeert het volgend jaar met een dagelijks programma dat 'Dichtbij Nederland' gaat heten en een soort ’Hart van Nederland’ voor allochtonen moet worden.

Nog altijd vindt Jennekens het multiculti-aanbod te schraal. Voor een deel ligt dat aan de zenderprofielen, zegt hij. De drie publieke zenders hebben hun eigen karakter en programma’s moeten daar in passen. Maar die profielen zijn te veel op de gemiddelde Nederlander toegesneden, vindt Jennekens. „Neem Nederland 3, met zijn ’Spuiten & slikken’-sfeer, en ’Try before you die’; een gemiddeld Marokkaans gezin vindt dat maar niks: veel te vrij. ”

Ander probleem is het geringe aanbod van allochtone redacteuren en programmamakers. „Hilversum is een journalistieke organisatie. Maar op de scholen voor journalistiek zijn allochtone studenten zwaar ondervertegenwoordigd”, zegt Bart Römer, directeur van MTNL. „In sommige culturen heeft het beroep journalist weinig aanzien. In Marokko wordt het niet gezien als een vak waar je goed je brood mee kunt verdienen. In Suriname is dat trouwens anders, dat is een echt krantenland.” Bovendien voelen jonge allochtone journalisten zich vaak niet senang in de harde, competitieve journalistieke wereld, stelt Römer. „Maar er komen steeds meer talenten bovendrijven, zoals de ’Meiden van Halal’.”

En de commerciële omroepen? Hebben die ook de taak om multicultureel te programmeren? Jazeker, vindt Römer. „Ik denk dat ze het een tijdje geleden, met mensen als John Williams en Sylvana Simons, zelfs beter deden dan de publieken. Maar dat was alleen de buitenkant. Ik heb de indruk dat de commerciëlen ook nog witte organisaties zijn.”

„SBS biedt veel voor laagopgeleiden en die programma’s trekken ook veel allochtonen”, zegt Jennekens. „De commerciëlen kunnen alleen maar winnen bij een goed diversiteitbeleid. Dat levert nieuwe kijkers op.”

mailIcon print |