Er was volgens premier Balkenende geen behoefte aan een nieuw excuus voor de slavernij in Suriname.
Premier Balkenende haalde gisteren tijdens zijn bezoek aan Suriname de slaventijd wel even aan, maar zag geen reden om hernieuwde spijtbetuigingen namens de Nederlandse regering uit te spreken.
De premier hield zich op de vlakte en verwees naar eerdere Nederlandse excuses. In 2001 sprak toenmalig minister Roger van Boxtel al eens op een conferentie in Zuid-Afrika zijn ’diepe spijt’ uit over de slavernij en de slavenhandel. Later waren de koningin en minister-president Kok aanwezig bij de onthulling van het slavenmonument in Amsterdam.
Na zijn overleg met president Venetiaan over kwesties als de grenscontrole op Schiphol en milieuproblemen door ontbossing en goudwinning, sneed Balkenende het verleden slechts kort aan: „Nederland betreurt het leed veroorzaakt door de slavernij. De herinnering aan dat verleden moet levend worden gehouden.”
Tijdens de gezamenlijke persconferentie dook er wel een meningsverschil op, toen Balkenende uitlegde dat hij zich geen zorgen maakt over eventuele financiƫle claims van nabestaanden van slaven. Hij herinnerde aan de 3,5 miljard gulden die Nederland beschikbaar stelde bij de onafhankelijkheidsviering van Suriname in 1975. President Venetiaan wees Balkenende echter terecht: bij de onderhandelingen over onafhankelijkheid in de jaren zeventig ging het over de ontwikkelingsgelden voor Suriname, niet over financiƫle genoegdoening voor de slavernij.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.