*

 

De kinderopvang mag niet aan haar eigen succes ten onder gaan

Door: redactie − 04/04/08, 01:46

De kosten van de kinderopvang rijzen de pan uit. Geconfronteerd met dit fenomeen heeft de minister van financiƫn Wouter Bos deze dagen gedaan wat je van een ambtsdrager op deze post mag verwachten: de eis stellen dat de uitgaven binnen het budget moeten blijven en tevens aankondigen dat hij evenmin van plan is er in de toekomst extra geld voor uit te trekken.

Met deze strengheid hoopt hij een heilzame discussie uit te lokken hoe deze kostenpost in de hand te houden en ook de vraag te beantwoorden of er alternatieve financieringsbronnen denkbaar zijn. Lees de ouders en/of de werkgevers.

Voor de politicus Bos, tevens aanvoerder van de PvdA, is de kous hiermee niet af. Die zal zich vooral ook moeten realiseren dat de politiek in 2005 de nieuwe wet kinderopvang enthousiast op de kaart heeft gezet. Kamerbreed heette het toen dat arbeidsparticipatie van vrouwen een groot goed is voor de samenleving en dat goede en voor de ouders betaalbare kinderopvang daartoe een van de noodzakelijke voorwaarden is. Wie tegen de wet was, zag zichzelf ontmaskerd als een gezinsadept van de ouderwetse soort. Zo’n krachtig politiek signaal, neergelegd in een wet, kan en mag luttele jaren nadien niet gesmoord worden in overwegingen van louter budgettaire aard.

Grote vraag is: wat nu? De prognoses zijn weinig geruststellend. Het begint er al mee dat politici thans glashard beweren dat ze destijds geen benul hadden dat de kosten van de kinderopvang zo’n grote vlucht zouden nemen. Kennelijk ging men er in Den Haag van uit dat al die brave grootouders, die tot voor kort voor nop oppasten, geen gebruik zouden maken van de nieuwe regeling om via een bureau zes euro per uur te incasseren. Of, andere mogelijkheid, de rekenmeester gingen er stilzwijgend van uit dat zich geen nieuwe ouders zouden melden. Dat mag allemaal zo zijn, het is geen overtuigend excuus om nu al de regeling terug te draaien: een realistisch politicus had deze kostenstijging kunnen voorzien.

Onder deze omstandigheden zit er voor de minister van financiĆ«n weinig anders op dan toch maar in de beurs te tasten, ter wille van de geloofwaardigheid van de politiek en ter wille ook van de gewenste arbeidsparticipatie van vrouwen. En mocht de politiek op termijn besluiten dat het toch te veel is van het goede, dan zal het parlement dat zo gretig instemde met deze wet, opnieuw bij zichzelf te rade moeten gaan. Te hopen is dat men dan tegen die tijd genezen is van de rijkelijk naïeve gedachte dat je in dit land de kinderopvang voor een koopje kunt regelen.

mailIcon print |