(Novum) - De bouw van stedelijke wijken pakt vaak soberder uit dan gepland vanwege de noodzaak kosten te drukken. Dat concludeert het Ruimtelijk Planbureau (RPB) vrijdag in een studie getiteld 'Stedelijke transformatie en grondeigendom'. De hoge grondprijzen en de moeite die het gemeenten kost grond te verwerven, vormen daarbij de voornaamste obstakels.
Het RPB constateert 'sterk versnipperd grondeigendom' in steden, gekoppeld aan hoge grondprijzen. Deze twee factoren leiden tot grote vertragingen van bouwprojecten of hoge kosten.
Het streven van het kabinet is om bestaand bebouwd gebied beter te benutten voor woningbouw in plaats van over te gaan tot grootschalige nieuwbouw in buitengebieden. Van de tachtig- tot honderdduizend woningen die jaarlijks gebouwd moeten worden, moet een kwart tot veertig procent tussen bestaande bouw plaatsvinden.
Volgens het RPB wordt dit streven belemmerd door onvoldoende kennis bij gemeenten van 'eigendomsverhoudingen'. Om de kosten binnen de perken te houden, worden ontwerpen vaak aangepast tijdens het bouwproces. Zo wordt bijvoorbeeld geprobeerd meer appartementen in te passen of duurdere koopwoningen te realiseren. Ook de woonomgeving wordt 'versoberd' of anders ingericht om de kosten te drukken. Het gebruik van goedkopere materialen is een van die manieren, schrijft het RPB. Het eindresultaat wijkt zo vaak 'aanzienlijk' af van het oorspronkelijke plan.
Het planbureau is van mening dat gemeenten zich beter bewust moeten worden van potentiƫle problemen bij het verwerven van grond. Hun kennis van grondwaarden, -prijzen, exploitatie- en bouwkosten moet omhoog. Die kennis is volgens het RPB noodzakelijk om te kunnen bepalen of plannen al dan niet moeten worden aangepast.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.