*

 

Hoogste tijd voor een virtuele opvoeding

Iris Pronk − 14/05/08, 01:08

Digipesten, porno, hackers, loverboys, pedofielen, een zelfmoordhype: het internet kent gevaren. Hoe kunnen ouders hun kinderen daartegen wapenen? In Enschede wordt momenteel gewerkt aan ’virtueelcodes’: gedragsregels voor het world wide web.

Van zijn ouders mocht het niet, en dus deed de elfjarige Stijn uit Enschede het stiekem: hij kocht van al zijn spaargeld credits voor het Habbo Hotel. Die credits besteedde hij aan virtuele meubels voor een kamer in het populaire online-tienerhotel. Kijk, zegt Stijn, terwijl hij al klikkend met zijn muis een rondleiding geeft: ,,Ik had hier hele dure banken staan, van wel zestig credits per stuk.”

Maar in die eens zo chique ingerichte ruimte liggen nu nog slechts drie kale matjes. Daarvoor hadden ze blijkbaar geen belangstelling, de dieven die Stijns kamer hebben leeggeroofd: ,,Hackers hebben mijn wachtwoord gekraakt en de meubels meegenomen. Ik had er over de 110 euro aan uitgegeven. Nou heb ik niks meer. Dat is wel lullig.”

Zo leerde deze blonde, spontane jongen een dure les: ,,Ik koop nooit meer credits, want ik zie nou in dat het geldverspilling is.” Maar het world wide web kent ook gevaren die minder goed te benoemen zijn en waartegen kinderen zich ook minder makkelijk kunnen verweren. Digipesten bijvoorbeeld, waarbij kinderen elkaar per msn uitschelden of bedreigen. Of heftige onderwerpen waarmee internet ze ongevraagd confronteert: porno, geweld, anorexia, zelfmoord.

Dat de zelfmoord van een puber via internet snel om zich heen kan grijpen, ontdekte Wilma Meere (38) twee jaar geleden. In maart 2006 hing de dertienjarige Nina uit Enschede zichzelf op. Vlak voordat ze stierf, postte ze nog een gedichtje op de website dreamcommunity.nl. Dat eindigde met de regels: „Het is mooi geweest / van boven kijk ik hoog op jullie neer / en zie of alles goed gaat / zo niet dan daal ik neer.”

Al gauw na deze schokkende gebeurtenis begonnen leeftijdgenoten van Nina elkaar msn-berichtjes te sturen, voorzien van een bloem met het kopje treurig naar beneden. Ook de nichtjes van Meere ontvingen zo’n bloemetje: ,,Dat betekende: ’Ik denk óók na over zelfmoord’. Ouders en leerkrachten herkenden dat symbool niet.”

Er gebeurde nog meer verontrustends op het net, zo merkte Meere toen haar nichtjes een keer op bezoek waren: ,,Ze zaten even op msn, ik zag per toeval een berichtje: ’Mijn zus heeft zelfmoord gepleegd, woensdag heb ik een begrafenis.’ Dat bleek een fakepersoon te zijn, maar mijn nichtjes werden er wél onrustig van. Ze dachten: ojee, alweer een dode.”

Kort daarna sloegen nog twee Enschedese pubers de hand aan zichzelf; de lokale media spraken zelfs van een ’zelfmoordhype’. Of het msn-bloemetje en de nepberichten de jonge zelfmoordenaars beïnvloed hebben, is onbekend. Maar voor Meere was de kwestie een eyeopener: ,,Ik realiseerde me hoe een drama verspreid en uitvergroot wordt. Nina’s zelfmoord was niet meer iets voor haar gezin alleen, via internet wist iederéén het.”

Meere werd op verzoek van de gemeente projectleider van een stadsbreed project: ’Virtueel Leven Enschede’, waarbij kinderen, ouders, leerkrachten, hulpverleners, jeugdpolitie én de Utrechtse psychologe Martine Delfos betrokken zijn. Doel van dit project is het stimuleren van een gezonde, virtuele opvoeding van kinderen. Daarbij hoort het ontwikkelen van ’virtueelcodes’ (de term is van Delfos): gedragsregels voor internet.

Om die regels vragen jongeren zélf, merkte Meere tijdens intensieve interviews met tachtig kinderen van 10-14 jaar. Ze willen niets liever dan een vader of moeder die zo nu en dan over hun schouder meekijkt, die belangstellende, kritische vragen stelt, die ze beschermt tegen computerverslaving, digipesters, pedofielen, hackers en nepfiguren met zelfmoordberichtjes.

Maar op dit gebied schieten vaders en moeders nog steeds tekort: de geïnterviewde kinderen meldden dat hun ouders ’zelden of nooit’ informeren naar hun ervaringen op het web. Psychologe Delfos: ,,Ze vragen wel: Hoe was het op school? En op voetbal? Maar nooit: Hoe was het vandaag op internet?”

En dat is vreemd, want voor jongeren is de virtuele wereld, waarin ze gamen, You Tube-filmpjes bekijken, een profielsite hebben en contact onderhouden met soms honderden m8’s (mates, vrienden op msn), net zo wezenlijk als de ’echte’ wereld van school en rlf’s (real life friends).

Na een middagje msn’en kunnen kinderen heel vrolijk bij het avondeten aanschuiven, maar ook een tikje angstig of ernstig verontrust. ,,Veel jongeren begonnen zelf over die zelfmoorden. En er waren kinderen in groep 7 die het al hadden over automutilatie”, zegt Meere. ,,Daar was ik erg door geschokt.”

Nu is de combinatie puber en problemen van alle tijden, maar internet geeft aan gewone tienersomberheid volgens Meere extra gewicht: ,,Vroeger zei je tegen één vriendin: ’Ik ben hartstikke depressief, misschien moet ik er een eind aan maken.’ Nu zet je dat op msn en kunnen driehonderd mensen het lezen. Zij kunnen je belonen door je aandacht te geven. Je probleem wordt afgepeld, uitvergroot, verhevigd, doordat iedereen er wat van vindt.”

Hoogste tijd dus voor een virtuele opvoeding, vinden de betrokkenen bij ’Virtueel Leven Enschede’. Ouders moeten hun verantwoordelijkheid nemen, zegt Delfos: ,,We leren onze kinderen wel stapsgewijs fietsen: we geven ze zijwieltjes, tonen ze de fietspaden, leren ze de regels van het verkeer. Maar met de computer doen we niets, dat is toch krankzinnig?”

Hoe die virtueelcodes er precies uit gaan zien, staat nog niet vast: daarover wordt in Enschede nog druk gedebatteerd. Meere en Delfos geven alvast een voorzet: Je beledigt een ander niet. Meld het gauw aan je ouders of leerkracht als je gepest wordt. Je pakt iemand niet z’n credits af. Hacken is niet stoer of leuk. Je kleedt je niet uit voor de webcam. Wees voorzichtig met je achternaam en adresgegevens op het net.

Ze adviseren ouders ook om zich met hun kinderen te buigen over vragen als: Hoeveel contactpersonen zijn eigenlijk normaal bij msn of hyves? Hoeveel m8’s kun je aan? Wat bespreek je via msn, wat beter face to face? Hoe kun je checken of een ’vriend’ wel echt bestaat? Wat doe je als iemand je ongewenste berichtjes stuurt? Hoe serieus moet je msn-berichten nemen?

Voor havo-leerling Mart (16), broer van Stijn en buurjongen van Wilma Meere, is het antwoord op die laatste vraag heel simpel: vat msn vooral niet té ernstig op. Ook op zijn scherm floepen wel eens bedreigingen of liefdesverklaringen, zoals: Ik sla je kapot. Ik ga je zoenen. Allemaal flauwekul, weet Mart: ,,Op msn kun je zeggen wat je wilt, mensen durven dat alleen vanaf hun veilige kamertje.” Toch denkt ook deze laconieke zestienjarige, die zich niet gauw gek laat maken en die de kloof tussen real en virtueel zelfstandig lijkt te kunnen overbruggen, dat een verblijf op internet voor jongeren riskant kan zijn. Of hij een opvoedtip heeft voor ouders? ,,Als je je kinderen echt goed wilt opvoeden, dan moet je ze geen computer geven. Ik neem later alleen maar een laptopje voor mezelf.”

mailIcon print |