Er is 755 miljoen dollar extra nodig vanwege de gestegen voedselprijzen. De EU moet hoognodig een actieplan maken.
Twee weken geleden was ik in een voorstadje van Accra, de hoofdstad van Ghana, bij een kleine coöperatie van boeren, vissers, en vrouwen die een bakkerij waren begonnen. Op hetzelfde terrein was ook een schooltje. Naast de ronde lemen oven zaten rijen kinderen uit een plastic bordje dikke groentesoep te eten, onder een afdak. Voor een aantal van hen was het de enige maaltijd van de dag. De vrouwen vertelden dat zij een visrokerij wilden beginnen en kunstmest kopen waarmee ze de opbrengst van het land kunnen verdubbelen. Een goed doordacht project, met een glasheldere sociale en economische waarde. Toch wachten zij al acht maanden op een lening voor enkele kleine verbeteringen.
Binnen een of twee jaar kan de Afrikaanse boer twee-, driemaal meer produceren, met kunstmest en eenvoudige irrigatietechniek. Het probleem van een straatarme boer is dat hij de lening niet krijgt voor zelfs die kleine investeringen.
Microkredieten gaan vooral naar handelaars en kleine bedrijfjes, die hun investeringen snel terugverdienen. Bij boeren is het afwachten of hun oogst zal slagen en dat duurt maanden. Daardoor blijft de deur van de bank gesloten, zelfs als boeren samenwerken. Dat patroon is alom in Afrika zichtbaar.
Er is, hoe cynisch ook, dankzij de 100 miljoen ondervoede mensen een kans dat er eindelijk iets verandert. Voor Wereldbank en IMF was landbouw twintig jaar lang geen hoofdzaak. De markt moest het doen, was het liberale credo.
De grote donoren kozen voor financiering van het minimum: gezondheidszorg, onderwijs, strijd tegen ziektes als hiv/aids, kansen voor vrouwen, investeren in stabiliteit en vrede. Die doelen zijn actueel en er moet geen cent minder naartoe, maar de productieve sector van de samenleving en vooral de landbouw bleven op de achtergrond.
Regeringen van ontwikkelingslanden drukten de voedselprijzen en investeerden niet in het platteland. Ze kozen uit lijfsbehoud voor sociale rust in hun hoofdsteden. Bijkomend voordeel: de provinciesteden bleven arm en werden geen politieke factor van betekenis.
Wie van 1 dollar per dag moet rondkomen, besteedt het grootste deel van zijn inkomen aan voedsel. Dan zijn er geen marges. De voedselcrisis dreigt zo hele regio’s in een politieke crisis te storten en dwingt tot radicaal nieuw beleid. Van Egypte tot Dakar, van Algiers tot Kaapstad verwijten burgers regeringen dat ze de prijzen niet in de hand houden. Het risico van geweld en ontwrichting is groot. Voor regeringen van ontwikkelingslanden is het plots een kwestie van politiek overleven geworden om te investeren in de landbouw.
Voor ontwikkelingssamenwerking is dat een breuk met het verleden; het betekent de erkenning dat landbouw 70procent is van de economie in arme landen. Het is ook een nieuw uitgangspunt. De creativiteit van burgers in ontwikkelingslanden komt centraal te staan, en niet langer hun slachtofferschap.
Om hongersnoden te voorkomen en de politieke crisis te bezweren is meer voedselhulp nodig, onder het motto: help de Afrikanen de zomer door, tot de volgende oogst.
De Europese Unie moet nog deze zomer een actieplan presenteren, een plan tégen de voedselcrisis en vóor de landbouw in ontwikkelingslanden. De voedselhulp moet verdubbeld worden en boeren moeten de kans krijgen om meer te produceren. Dit vraagt politieke wil om het ontwikkelingsbeleid een nieuwe richting te geven. Het geld is er.
Het Wereldvoedselprogramma (WFP) van de VN vraagt 755 miljoen dollar vanwege de gestegen prijzen. De EU wil niet verder gaan dan een extra bijdrage van 38,5 miljoen euro. Dat staat in geen verhouding tot de positie van de EU als grootste donor. Een verdubbeling van de bijdrage aan het WFP is een beter signaal naar landen zoals de VS, die ver achterblijven met hulp.
Ten tweede zijn leningen voor arme boeren de sleutel tot snelle verhoging van de landbouwproductie. De boeren in Ghana vragen geen subsidies, ze willen leningen voor aankoop van kunstmest en sterke gewaszaden. De EU kan, juist door de grote financiële vuurkracht van de Unie, een forse bijdrage leveren met de Europese Investeringsbank (EIB). Geld is er genoeg, alleen al dankzij de overschotten in het Europese landbouwbudget. Een deel van dat geld kan gaan naar agrarische ontwikkelingsbanken die bijna elk ontwikkelingsland heeft, met als voorwaarde dat kleine boeren, al dan niet in coöperaties, er toegang toe krijgen.
Probleem: je breekt het EU-budget niet zomaar open. Volgens de ministers van financiën moet EU-geld dat in Brussel niet wordt uitgegeven naar de lidstaten terugvloeien. Die regel moeten ze maar eens uitleggen aan de inwoners van ontwikkelingslanden en aan hun eigen kiezers.
In plaats van een technocratische weigering en halve maatregelen moet er een spoedconferentie komen van EU-ontwikkelingsministers en hun collega’s van financiën, nog vóór de VN-voedselconferentie in Rome, begin juni. Ministers in heel Europa moeten de politieke wil tonen om de Europese Unie vooraan te laten staan in de strijd tegen de voedselcrisis.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.