Snelle treinen en meer huizen en kantoren rond stations. Zuid-Holland pakt de files aan met een veelomvattend plan: Stedenbaan. Den Haag trapt af met station Moerwijk.
Stedenbaan combineert wonen en werken met de trein. Langs bestaand spoor en bij stations in de grote steden in Zuid-Holland verrijzen straks woningen en kantoren. Daarnaast wordt het treinverkeer tussen Dordrecht, Rotterdam Den Haag en Leiden en Gouda geïntensiveerd. Forenzen hebben straks een serieus alternatief voor de auto.
Tussen 2010 en 2020 moet Zuid-Holland volgens afspraak ruim 100.000 nieuwe woningen realiseren. De plannen voorzien in de bouw van in totaal 40.000 huizen en 1 miljoen vierkante meter kantoorruimte langs het tracé. „Dat betekent minder druk op de landschappelijke gebieden rond de Zuid-Hollandse steden”, voorspelt Lodewijk Lacroix, toekomstig programmadirecteur van Stedenbaan. „Dus minder autoverkeer.”
Zuid-Hollandse gemeenten, stadsregio’s Rotterdam en Haaglanden en de provincie werken al enige tijd samen aan het plan. In hoofdlijnen moet het een naderend verkeersinfarct tegengaan, de binnensteden weer leefbaar maken en verdere aantasting van het Groene Hart voorkomen. „We zorgen dat openbaar vervoer en ruimtelijke ontwikkeling straks gelijk oplopen”, zegt Lacroix. Een trendbreuk zou je het ook kunnen noemen: voorheen werd pas na aanleg van een nieuwbouwwijk of bedrijvenpark gedacht aan trein, bus of metro. In het plan staat openbaar vervoer juist aan de basis van nieuwe bouwprojecten.
Lacroix zegt dat het ambitieuze project een kans van slagen heeft als het ov van ’goede kwaliteit’ is. „Want alleen dan trek je nieuwe klanten.” Stedenbaan voorziet in een metro-achtige dienstregeling over bestaand spoor. Iedere tien minuten een stoptrein naast de intercity’s, zodat je het spoorboekje niet meer hoeft te raadplegen. De plannenmakers wijzen graag naar soortgelijke railsystemen in het buitenland. Zo kent Parijs een regionaal expresnetwerk: Réseau Express Régional. Grote Duitse steden hebben een S-Bahn, de stadstrein die de buitenwijken met het stadscentrum verbindt.
Waar woningbouw is gerealiseerd voeren de spoorwegen de frequentie op. Begin december vorig jaar tekenden de betrokken overheden daarover met NS een overeenkomst. „Inmiddels rijdt er tussen Den Haag en Gouda 4 maal per uur een stoptrein”, weet Lacroix. De bedoeling is dat de nieuwe Sprinters van de NS tegen 2015 alle stations aandoen.
Tegen die tijd moet ook de veelbesproken spoortunnel in Delft gereed zijn. De tunnel waar de vorige verkeersminister Peijs met moeite geld voor over had, telt twee sporen. De rest van het traject tussen Dordrecht en Leiden is echter viersporig. Voor verstoppingen omdat het treinverkeer toeneemt is Lacroix niet bevreesd. „Bij de aanleg van de tunnel wordt rekening gehouden met verdubbeling van het aantal sporen. De extra rails hoeven alleen maar gelegd te worden.” Geld voor het resterende spoor is volgens hem een ’kwestie van tijd’.
De plannenmakers laten zich niet afleiden door andere grote infraprojecten in Zuid-Holland die worden achtervolgd door problemen, zegt Lacroix. Sterker nog, meent hij, RandstadRail en de RijnGouwelijn passen prima bij het project. „Ze worden niet overbodig. Ze ontsluiten juist gebieden waar Stedenbaan niet komt, zoals Pijnacker.”
Stedenbaan telt in de toekomst 36 stations waarvan vier nieuwe: Sassenheim, Bleizo bij Zoetermeer, Gouweknoop (Gouda) en Schiedam Kethel. Omdat alle stations intensief gebruikt worden, moeten de voorzieningen worden aangepast aan de eisen van de tijd. Dat betekent onderandere meer parkeerplaatsen en fietsstallingen. De spoorwegen zijn zelf ook volop bezig met de ontwikkeling van stationsgebieden. De plannen schuiven volgens NS naadloos in elkaar.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.