Het Wereldvoedsel Programma van de Verenigde Naties verkeert in nood. Een nieuwe hongergolf dreigt en de organisatie heeft niet voldoende geld. Een mooi moment om de nogal onaantastbare organisatie te moderniseren, zo vinden particuliere hulporganisaties.
’Het is de grootste donatie die ik ooit heb gedaan en ik roep iedereen op hetzelfde te doen, want het voelt goed”, sprak de actrice Drew Barrymore maandag toen zij 1 miljoen dollar weggaf aan het Wereld Voedselprogramma (WFP) van de Verenigde Naties. De 33-jarige Barrymore, onder meer bekend van ’Charlies Angels’, is ambassadrice van de organisatie die dit jaar 73 miljoen hongerigen in 78 landen moet voeden.
Alleen jammer dat WFP maar 2,9 miljard dollar beschikbaar heeft, terwijl 500 miljoen dollar extra nodig is. En extra jammer is dat de gegeven dollar rap in waarde vermindert en voedsel met ongeveer dezelfde snelheid duurder wordt.
Barrymore zette met haar gift een wereldwijde campagne in werking. De actrice kreeg daarvoor van Oprah Winfrey een prachtig podium. ’Fill the cup’ heet de actie en het WFP vraagt om 25 dollar voor een hongerig kind. Anders zal er zich een drama ontwikkelen, zo voorspelt de VN-hulporganisatie.
Net nu overal in de wereld de strijd tegen honger vrucht begint te dragen, vreest het WFP een stevige terugval. Belangrijkste reden voor die verslechterende omstandigheden vormen de zeer sterk gestegen grondstoffenprijzen in de wereld.
In het verleden mocht het WFP zich verheugen op graanoverschotten uit eerst nog Europa en Noord-Amerika, recent alleen nog uit de VS. Het WFP kan niet langer meer voedselhulp in natura geven.
Er zijn simpelweg geen overschotten meer. Gewassen die voorheen alleen nog voor voedsel werden benut, blijken nu ook geschikt voor de productie van biobrandstof. De hoge olieprijs leidt tot een hogere productie van ethanol uit rietsuiker, mais en tarwe. Energiecentrales stoken palmolie bij. En voor boeren blijkt het dus lucratief om te produceren voor biobrandstoffen. Tel daar volgens het WFP bij op dat de opwarming van de aarde een negatief effect heeft op de voedselproductie, omdat oogsten door overstromingen worden vernield, en een nieuwe golf van honger kondigt zich aan.
Geef dus gul, roept het WFP.
Loop niet te hard van stapel en WFP kijk ook eens naar je eigen functioneren, vinden ontwikkelingswerkers. De crisis waarin de voedselhulporganisatie verkeert heeft ook een groot voordeel, zo vinden medewerkers van ondermeer de grote hulporganisaties Care, Oxfam, Save the Children en de Nederlandse organisaties Cordaid en Wemos. Door de jaren heen was er nog wel wat aan te merken op het WFP, dat nauwelijks openstond voor beïnvloeding van het beleid.
De grootste fout die het WFP ooit maakte, was dat het zich afhankelijk maakte van de graandonaties uit landen die overschotten produceerden door landbouwsubsidies te verstekken, is een veel gehoorde kritiek bij die hulporganisaties. De constante stroom graandonaties zorgde voor voedselhulp waar die beter achterwege had kunnen blijven. De hulp was aanbod gedreven, zo luidt de kritiek. Voorbeelden zijn er voldoende. Bolivia liet eind vorige eeuw een lading Frans graan in de haven van Santiago de Chile liggen. Niemand wenste te betalen voor het ophalen van de onbestelde gift. In het Grote Merengebied in Afrika heerst het mozaïekvirus in de cassave. Het WFP gaf daarom twee jaar geleden voedselhulp in Burundi. Deskundigen adviseerden echter vooral resistente cassavestekken te geven. Alleen moesten die komen van die andere VN-organisatie, de FAO. En die had weer geen geld.
De nood bij het WPF maakt de organisatie toegankelijk voor kritiek, zo stellen hulporganisaties vast. Begin vorige maand kreeg een aantal organisaties (Care, Oxfam en Save the Children) zelfs de kans om het beleidsplan voor WFP voor de komende jaren te becommentariëren. Dat is nooit eerder vertoond en een grote stap voorwaarts, vinden betrokkenen. Uit een notitie van de drie organisaties blijkt dat zij WFP adviseren niet meer dogmatisch voedsel te verstrekken, maar over te gaan op het geven van geld en voedselbonnen. In veel situaties is dat aanzienlijk beter dan het slepen met zakken voedsel waar het WFP zijn grote bekendheid mee verwerft. De organisaties zijn echter bevreesd dat geld en bonnen niet al te serieus worden genomen door het WFP en dus niet in het hulpinstrumentarium worden opgenomen. Zelfs na de tsunami van eind december 2004, dus aan het begin van een noodsituatie, was het nuttiger geweest om geld te geven of voedselbonnen, zo stellen de drie organisaties. In de gebieden direct achter de door de tsunami getroffen kust waren de markten nog in tact. Met geld worden getroffen families beter in staat gesteld hun specifieke noden te lenigen en blijven verstoringen van de lokale en regionale markten door het aanslepen van voedsel achterwege. Geld en bonnen zijn zelfs in grote nood effectiever dan hulp in natura, betogen de drie hulporganisaties. De financiële injectie is ook een belangrijke bijdrage aan het begin van wederopbouw.
De VN-hulporganisatie besteedt 80 procent van haar geld aan de aankoop van voedsel in 70 verschillende landen. Dat is goed voor de fragiele economie in die staten, claimt de WFP. Niet goed genoeg, is het oordeel van de hulporganisaties. Slechts een beperkt aantal leidende voedselexporteurs onder de ontwikkelingslanden profiteert, de impact op de lokale kleine boer is echter veel te gering. De WFP zou het inkoopbeleid op dat punt moeten aanscherpen.
Organisaties als Wemos (met aandacht voor voeding en gezondheidszorg) wijzen er ook op dat veel VN-organisaties en andere internationale instituten maar moeilijk onderling weten samen te werken. Instellingen als de Wereldbank en IMF geven vaak adviezen af die strijdig zijn met die van de Verenigde Naties. Teneinde geen deviezen mis te lopen moeten landen – ook als er in eigen land honger is – hun export op peil houden, zo leggen Wereldbank en IMF op. Zo ging Malawi door met het exporteren van voedsel naar Zuid-Afrika terwijl op het eigen erf een hongersnood heerste. Bolivia verkeert momenteel in een vergelijkbare positie. De regering van president Evo Morales wil de export stilleggen teneinde de binnenlandse voedseltekorten als gevolg van overstromingen te bestrijden.
Morales wil met zijn Plan Desnutricion Cero (Plan Nul Ondervoeding) niet alleen een einde maken aan de ondervoeding in zijn land. Hij wil tevens de uitvoering van dat beleid in eigen hand nemen. Jarenlang is Bolivia overstroomd met steun van buitenlandse organisaties zoals het WFP. Volgens Wemos strookten die acties lang niet altijd met het overheidsbeleid. Wantrouwen weerhoudt internationale organisaties, waaronder het WFP, er nu van aan Morales 25 miljoen dollar over te maken voor zijn anti-hongerplan.
De WFP was jarenlang de redder in grote nood. Een rol die Morales als president van zijn land nu wenst te spelen. En dat is even wennen voor organisaties als het WFP die decennialang in ontwikkelingslanden vrijwel ongestoord hun gang konden gaan.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.