Onderzoek laat zien dat de meeste mensen met een uitkering aan het werk willen. Maar er zijn veel obstakels, zo ondervinden werklozen en arbeidsgehandicapten.
De meerderheid van de mensen met een uitkering wil aan het werk. Dit blijkt uit het vandaag verschenen rapport ’Wel of niet aan het werk’ van het Sociaal en Cultureel Planbureau en de Raad voor Werk en Inkomen.
Werklozen, arbeidsongeschikten en werkenden werden voor het onderzoek ondervraagd. Het rapport laat zien dat de bereidheid om te gaan werken onder uitkeringsgerechtigden hoog is. Van de mensen die deels arbeidsongeschikt zijn, wil 57 procent een betaalde baan. Zelfs van de volledig arbeidsongeschikten zegt een op de vijf te willen werken. In het onderzoek komt ook naar voren dat veel deeltijders de wens hebben hun baan uit te breiden. Van de ondervraagden die werkloos zijn geweest en momenteel aan de slag zijn, zegt 40 procent meer uren te willen werken.
Het is lang niet altijd om het geld dat uitkeringsgerechtigden een baan willen, toont het onderzoek aan. Voor de arbeidsongeschikten zijn sociale contacten en een zinvolle tijdsbesteding de belangrijkste motieven. Mensen met een baan die meer uren willen werken (11 procent), noemen wel geld als belangrijkste reden.
Uit het rapport blijkt dat arbeidsongeschikten vooral vanwege gezondheidsproblemen geen passende baan vinden. Daarnaast vormt het idee ’Ik vind toch geen werk’ voor arbeidsongeschikten en werklozen een obstakel. De deeltijdbaan is bij de ondervraagden favoriet: de helft wil het liefst tussen de 12 en 35 uur per week werken.
Er is veel kritiek op de hulp bij de terugkeer naar de werkvloer. Meer dan de helft van de ondervraagden ervaart te weinig steun bij reïntegratie. De Sociale Dienst, uitkeringsinstantie UWV en reïntegratiebedrijven scoren een onvoldoende. Ze krijgen gemiddeld een 5,5. Bij de instellingen ontbreekt het vaak aan persoonlijke begeleiding. Ook de terugkeer op de arbeidsmarkt na langdurige ziekte vormt voor velen een serieus probleem. De helft zegt dat ze sneller aan het werk hadden gekund als er betere maatregelen waren genomen, zoals een ander takenpakket of een andere werkgever.
Begin dit jaar noemde minister Wouter Bos (financiën) ’meer arbeid op de arbeidsmarkt’ het allerbelangrijkste vraagstuk in Nederland. Veel arbeidsaanbod – 700.000 werkwillenden, werd in 2002 becijferd – blijft echter onbenut. Ondanks extra inspanningen om hen aan de slag te helpen, daalde sinds 2002 het percentage arbeidsgehandicapten met een betaalde baan. Slechts vier op de tien hebben werk.
De regeringscoalitie heeft inmiddels een commissie aangesteld onder leiding van TNT-topman Peter Bakker. Die moet voorstellen doen om de arbeidsparticipatie te verhogen, van de huidige ruim 70 procent van de beroepsbevolking naar 80 procent in 2016. Deze Taskforce Deeltijdplus, die op 8 april geïnstalleerd wordt, moet ook naar mogelijkheden zoeken om deeltijders, met name vrouwen, te stimuleren meer uren te werken. Het aantal werkzame personen steeg vorig jaar al met 2,2 procent naar ruim 7,7 miljoen, maar een relatief groot aantal werkt in kleine baantjes van minder dan twaalf uur per week.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.