Een nieuwe sport wint aan populariteit. Skiken combineert skeeleren, schaatsen, Nordic Walking, skiën en langlaufen. Iedereen kan het, zelfs uw verslaggeefster.
Wel eens iemand op skeelers voorbij zien razen met Nordic Walkingstokken in de hand? Grote kans dat het een ’skiker’ was. Skiken (spreek uit: skaiken) is een nieuwe sport. Eind 2006 in Nederland geïntroduceerd en wint gestaag beoefenaars.
„Zoals skeelers er zijn voor schaatsers in de tijd dat er geen ijs ligt, zo hebben ze in de Alpen gedacht: leuk zo’n half jaar sneeuw, maar de rest van de tijd dan?”, zegt skike-instructeur Menno Faber uit het Overijsselse Dalfsen. De Oostenrijkse uitvinder Otto Eder bedacht skikes voor langlaufers die in de zomer geen kant op konden.
Skiken is skaten op luchtbanden. De skiker maakt de ’schaatspas’, die skeeleraars of schaatsers ook maken, of langlaufers tijdens de biatlon. Tegelijk zet je je af met een soort Nordic Walkingstokken. Zo kun je lekker wat vaart maken.
Als Faber het even voordoet ziet het er niet zo moeilijk uit. Wat kan er nou gebeuren? Skikes zijn voorzien van een remsysteem. En in de berm belanden is ook niet erg, want de luchtbanden maken het mogelijk ook onverharde paden te betreden. Daarnaast ben ik helemaal ingepakt: helm op, knie- en elleboogbeschermers om, handschoentjes aan.
We maken de skikes op maat, ik ga er met mijn wandelschoenen in en we zetten de boel vast met klittenband: twee om de voet en een om de enkel. Dan is het toch even wennen. Skikes zijn zo’n zestig centimeter lang en wegen bijna twee kilo per stuk. Opeens heb ik hele lange en zware voeten.
Eerst maar eens de skikes recht zien te houden en een beetje afzetten met de stokken. Dat kost weinig moeite op het asfalt. Te weinig. Hoe rem ik? O ja, kuit naar achteren, dat drukt een rem naar beneden op het achterste wiel. Maar daarvoor moet wel mijn voet naar voren. Na een paar keer wiebelen lukt het al aardig en dan wordt het leuk: met de wind in de rug gaan we voor een beginneling best hard. Dit kan ik!
Het mooie aan skiken is de veelzijdigheid, zegt Faber. „Vergelijk het met de fiets, die kun je overal voor gebruiken. Even een tochtje maken of naar de winkel, of honderd kilometer knallen. Als vervoer naar je werk. Om te trainen of voor de lol.” Daarom kan iedereen het doen, van ouderen en kinderen tot professionele sporters.
In Nederland is de sport amper twee jaar oud en het is volop in ontwikkeling. De Stichting Skike Nederland (SSN) is de voorloper op een bond. „De bedoeling is om uiteindelijk aansluiting bij sportkoepel NOC NSF te krijgen, maar zover zijn we nog niet.” SSN leidt trainers op tot mastertrainers, die op hun beurt skikers opleiden tot trainers. Faber mag zich sinds kort mastertrainer noemen, er zijn er nu zo’n dertig in Nederland.
„Stokken altijd achter je houden!”, roept Faber als ik iets doe wat op een schaatspas moet lijken. „Ja, daar ben ik heel streng in.” Terecht, die stokken ben ik niet gewend. En als je er eentje per ongeluk vóór je in de weg steekt kan hij akelig in je buik terechtkomen. Zo heeft Faber een keer iemand een salto zien maken.
„Je kunt niet zomaar skikes kopen en aan de slag gaan. Je hebt echt een aantal lessen nodig.” Niet alleen om het onder de knie te krijgen maar ook voor (stok)techniek en veiligheid in het verkeer. Faber vertelt over een boze fietser, die bijna een skikestok tussen de spaken had.
De stokken zijn, afhankelijk van je eigen lengte, zo’n 1,60 meter lang. Met de arm erbij komt dat al gauw uit op twee meter. Aan de onderkant zitten scherpe punten. En of dat gevaarlijk is: als ik mijn evenwicht verlies en daardoor mijn voet niet kan corrigeren, beland ik langzaam in een halve split. Mijn armen vliegen alle kanten op in een poging overeind te blijven. Met de stokken die eraan vastzitten. „Sorry, sorry!”, roep ik nog, want ik weet dat Faber ergens achter mij rolt. Ik moet hem een oog uitgestoken hebben. „Gelukkig blijf ik altijd op gepaste afstand”, lacht hij.
Wie wil skiken moet wel in de buidel tasten. Voor skikes betaal je 250 euro, vertelt Faber, kinderskikes kosten tweehonderd. Daar komen nog stokken bij. „Er zijn redelijke vanaf zestig euro. Let op dat ze niet te zwaar zijn en schokken dempen. Een aluminium stok kan doortrillen op asfalt.” Verder heb je bescherming nodig. En een paar lessen. Bij Faber betaal je negentig euro voor zes keer.
Bij elkaar een hoop geld. Maar daar kun je wel jaren mee vooruit. En wat nou als je het helemaal niet leuk blijkt te vinden? Tijdens de lessen is materiaal beschikbaar en er zijn ook proeflessen. Je hoeft dus niet een monsterlijk bedrag uit te geven alvorens erachter te komen dat je er liever niet mee doorgaat.
Wij proberen nog even een strak zandpad. Dat gaat een stuk stroever dan het asfalt. Faber heeft er weinig moeite mee, die sjeest voor me uit. „Je staat er nu gespannen op, als je meer ervaring hebt gaat het sneller”, roept hij. Hij heeft makkelijk praten, ik ben moe! Ik ben me er pijnlijk van bewust dat inderdaad alle spiergroepen gebruikt worden. Na vijftig meter zand geef ik het aan de voet van een hellinkje op. Uit die dingen!
Het is natuurlijk geweldig om niet alleen op asfalt te hoeven rijden, maar niet alle paden zijn geschikt. In een zachte ondergrond zak je weg, zegt Faber. Maar harde zandpaden, schelpenpaden en soms zelfs gras gaan goed. Daarnaast heb je het nadeel dat de luchtbanden die het offroad skaten mogelijk maken lek kunnen raken. Plakken kan, maar een wieltje verwisselen gaat sneller.
Faber ziet een mooie toekomst voor skikes. „Ik hoop dat het net zo gaat als bij Nordic Walking, dat heeft een hele rits mensen aan het bewegen gebracht. Maar ik wil het daar niet teveel mee vergelijken, want Nordic Walking heeft toch een beetje een suf imago. Het is aan mij en collega’s om dat eruit te houden.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.