*

 

10 maart / Vreemdelingenhaat

Koos Dijksterhuis − 10/03/08, 00:37

Toen Anne Sampiemon en Jan Lenselink zich 16 jaar geleden aan de rand van Ruurlo vestigden, verwachtten zij flink wat vogels in hun tuin. „Maar tot onze verbazing was het doodstil”, schrijft Jan. „Dankzij struiken, een houtwal en nestkastjes is het nu een gaan en komen van vogels. Later hoorden we dat de vorige bewoner met een buks klaarstond, als hij een vogel zag.”

Een Ruurloos merelmannetje gedroeg zich van de week ijdel. Hij poseerde voor een spiegeltje in de tuin van Anne en Jan. Vervolgens fladderde hij tegen zijn evenbeeld op. Eigenliefde? Nee, eerder vreemdelingenhaat. Zo’n merel herkent zichzelf niet. Je kunt je zelfs afvragen of hij er ooit bij stilstaat dat hij bestaat. De enige dieren van wie is aangetoond dat ze zichzelf in de spiegel herkennen zijn mensen, andere mensapen, dolfijnen en olifanten. Van katten wordt het uitzonderlijke intellect geprezen, omdat ze achter de spiegel zoeken naar de kat die er net nog was.

Het is lastig om een merel te doorgronden, maar waarschijnlijk ziet die vogel zijn spiegelbeeld als rivaal. Een rivaal die even boos kwettert als hij, die net zo dreigend zijn vleugels spreidt en op hetzelfde moment aanvalt. Merels zijn verwant aan roodborstjes. Het roodborstje tikt, zoals u weet, tegen het raam. Dat hij erin wil is een misverstand. Hij pikt zijn spiegelbeeld.

Zulke reflexen zijn bij meer vogelsoorten gezien, knobbelzwanen bijvoorbeeld. Watervogels zouden zich kunnen uitputten in de bestrijding van hun waterspiegel, maar zij bezeren zich niet. Een tegen glas tekeergaande merel kan zich verwonden. Ik zou die spiegel omkeren.

mailIcon print |