*

 

Missie in Uruzgan mag niet mislukken (opinie)

Joost van Velzen − 03/01/08, 11:02

Wat ons te wachten staat in Uruzgan, is ongewis. Alle beschikbare middelen moeten daarom klaar staan. Het voortzetten van de missie in zuidelijk Afghanistan zal grote inspanning gaan eisen. Uruzgan is niet één van de vele mogelijke taken van de krijgsmacht voor de komende jaren. Uruzgan is dé taak, mislukken leidt tot een ramp.

De onzekerheid over de jaren die voor ons liggen is groot, veel groter dan in begin 2006, toen de eerste beslissing om een taak in Uruzgan te aanvaarden, viel. Toen sprak men over een opbouwmissie, waar misschien af en toe gevochten zou moeten worden. Er was voorzichtig optimisme, ook over het bestuur. De gouverneur deugde weliswaar niet maar die zou worden vervangen.

Nu is de situatie in ongunstige zin veranderd; er is kans van slagen, maar dat vergt flexibiliteit en inspelen op onverwachte ontwikkelingen. Zo wordt er wel ferm beweerd dat Nederland daar eind 2010 weg is, maar wie kan nu inschatten wat de situatie in Afghanistan over drie jaar zal zijn?

De Navo moet voor opvolging van Nederlandse troepen zorgen, zo wordt gezegd, maar de verdragsorganisatie heeft geen troepen, slechts landen hebben die. Geen enkel land heeft nu troepen toegezegd. Over drie jaar wel? Er moet dus rekening mee worden gehouden dat Nederland wel eens veel langer zou moeten blijven in Zuid-Afghanistan.

Ook voor wat betreft de regering Karzai zijn er twijfels. Er is sprake van grote corruptie en het gezag buiten Kaboel brokkelt af. Nu de dreiging van de taliban toeneemt en de lokale krijgsheren aan invloed winnen is het de vraag of de regering-Karzai nog tegen de moeilijkheden is opgewassen. Als zij het veld moet ruimen zal dat gepaard gaan met een verminderen van de invloed van het Westen op wat er in Afghanistan gebeurt. Er bestaat dan kans dat de Navo speelbal van die gebeurtenissen wordt.

Dat laatste mag nooit gebeuren. Het beleid wordt bovendien niet alleen door de gebeurtenissen in Uruzgan bepaald. Voor het Navo-optreden als geheel is belangrijk wat Engeland, Canada en Nederland samen in Zuid-Afghanistan presteren.

Zo is er meer. Wat zich in die komende periode aan veranderingen voordoen – ten goede en ten kwade – is niet te voorzien, maar iedere keer zal er adequaat gereageerd moeten worden. Dat vereist een grote mate van flexibiliteit en de krijgmacht zal zich daarom moeten voorbereiden op een groot aantal verschillende manieren van optreden.

Het gaat om grote belangen. De bevolking heeft haar vertrouwen in ons gesteld, een vertrouwen dat we daar niet kunnen missen. En het gaat ook om de veiligheid van de Westerse wereld. Een fiasco in Uruzgan betekent een terugkeer van de taliban. Die kan bovendien een omwenteling in heel de regio tot stand brengen, met ernstige gevolgen voor het fragiele machtsevenwicht daar. Dit alles nog onverlet de betekenis voor de Navo, die alle geloofwaardigheid zal gaan verliezen.

De beslissing van de Nederlandse regering om de hoeveelheid troepen voor deze ongewisse taak bij voorbaat te fixeren, staat dan haaks op de absolute noodzaak de operatie tot een goed einde te brengen. Nu er zoveel onzekerheden zijn, maar mislukken een ramp inleidt, moeten alle in redelijkheid beschikbare middelen kunnen worden aangewend.

Voor onze partners in Zuid-Afghanistan, Engeland en Canada, is dat alles niet anders, zij begrijpen dat hun taak in Helmand, respectievelijk Kandahar niet mag mislukken en dat ze daar langdurig moeten blijven. Ze zien het nu als de hoofdtaak van hun krijgsmacht en richten heel hun planning daarop. Canada schaft bijvoorbeeld extra Leopard-tanks en helikopters daarvoor aan.

Overeenkomstig de planning van de Canadese krijgsmacht en de Britse krijgsmacht, moet ook de Nederlandse defensiemacht vrijwel volledig worden gericht op Uruzgan. Dat eist een veranderd zicht op het ’ambitieniveau’ van de krijgsmacht. Alle registers moeten nu worden opengetrokken. De wil politiek en militair te slagen in Afghanistan, moet in balans zijn met de grote belangen die op spel staan.

mailIcon print |