Waarom willen wij in het Westen toch zo graag horen dat het slecht gaat met ons? En nog liever: dat wij rap afstevenen op de ondergang – tenzij wij ons bekeren?
In lange tijd was dit niet zo zichtbaar als in 2007. Internationaal gooide Al Gore hoge ogen met de film ’An Inconvenient Truth’. Daarmee probeerde hij ons in te peperen dat het einde van deze planeet aanstaande is – dankzij onze verderfelijke westerse leefwijze. Gore’s onheilsboodschap werd beloond met de Nobelprijs. Sceptici die erop wezen dat er ook een andere visie op de klimaatfeiten mogelijk is, kregen geen voet meer aan de grond.
En ook nationale onheilsprofeten vonden in 2007 een breed publiek. Zo raakte dit land diep onder de indruk van Sunny Bergman, die ons met haar film ’Beperkt houdbaar’ probeerde wijs te maken dat vrouwen en masse lijden onder het westerse schoonheidsideaal. Nog even, zeg maar, en onze cultuur gaat ten onder aan de ’seksualisering’. Binnen enkele maanden was haar boodschap doorgedrongen tot Haagse beleidsnota’s. Dat Bergmans feitenmateriaal behoorlijk rammelde en haar argumentatie flinterdun was – het deed er niet toe. Kennelijk was dit wat wij wilden horen.
Onze vorstin kan er trouwens ook wat van. In haar recente kersttoespraak somberde ze gezellig mee over het tijdsgewricht. In schrille kleuren schetste ze een land waarin ’grofheid heerst in woord en daad’, ’individualisering doorslaat naar puur egoïsme’, de ’gemeenschapszin’ erodeert. Nog even, zeg maar, en deze natie buitelt over het randje van de afgrond.
En we zijn er, vrees ik, in dit nieuwe jaar nog lang niet vanaf. Ook het manifest ’Benoemen en bouwen’, waarop deze krant haar lezers gisteren zo ruimhartig trakteerde, staat bol van het doemdenkersproza. „Wij maken ons grote zorgen’’, schrijven de initiatiefnemers. Ze signaleren een ’steeds verdergaande verharding’, een ’neerwaartse spiraal’ en een ’doodlopende weg’. Alleen als wij ons bekeren en terugkeren ’naar de wortels van de Nederlandse traditie’, komt het héél misschien nog goed met ons.
Typerend: met geen woord reppen de opstellers over concrete incidenten, waaruit bijvoorbeeld blijkt dat de vrijheid van meningsuiting nogal onder druk staat. (Zie de Haagse museumdirecteur die onlangs weigerde controversiële kunst te exposeren.) Iets vaags daarentegen als ’kwetsen’ en ’polariseren’ baart ze wél grote zorgen.
Ach ja. Cultuurpessimisten – of ze nu jammeren over de planeet, over seks of over de toon van het integratiedebat – hebben steevast één ding gemeen: ze laten zich regeren door emoties. Waardoor hun blik op de werkelijkheid lelijk vertroebeld raakt.
Vorige week begon Paul Schnabel, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, een tegenoffensief, in liefst twee kranten tegelijk. „Wij willen bijdragen aan een feitelijk en rationeel debat”, zei hij. Zó beroerd staat dit land er nu ook weer niet voor. Talloze veronderstellingen – over allochtonen, over bejaarden, over de natuur – kloppen eenvoudigweg niet met de feiten. En het idee dat vroeger alles beter was, klopt al helemáál niet.
Schnabels boodschap bleek, hoe kan het anders, zeer onwelkom – in elk geval bij de reageerders van menige nieuwssite. Die lieten zich hun slechte humeur niet zomaar afpakken. Eensgezind vonden ze dat de directeur van het ’verkalkte instituut’ makkelijk praten had en ’klinkklare nonsens’ verspreidde. Net zo eensgezind negeerden ze de argumenten die hij had aangedragen.
Natuurlijk, dit land kent genoeg misstanden en gevaren. Laten we daar, ook in het nieuwe jaar, uitvoerig over blijven schrijven en debatteren. Maar met enige nuchterheid graag. Gehinderd door feiten. En niet door emoties die even blind als onnozel zijn.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.