Wie had ooit gedacht dat De Kwestie het lieflijke Koninkrijk aan Zee zo op stelten zou zetten? En dat deze natie van polderaars er zo door verdeeld zou raken? Het gekke is dat zelfs op de heftigste momenten van de controverse rondom haar bestaansrecht niemand precies wist wat De Kwestie exact inhield.
Vaag werd gesuggereerd dat De Kwestie best tot de grootste wereldverhitting ooit zou kunnen leiden, maar hoeveel CO2 dat ding kon produceren wist niemand precies te vertellen. Het enige wat bekend werd was dat De Kwestie een kwestieuze zaak betrof. De eerst verantwoordelijke hiervoor was de Kwestor zelf. Een uitgekiende man die in het verleden tal van kwesties had opgelaten. Allemaal zeepbellen die iedereen de schouders deden ophalen.
Tot op een dag, bij een nieuwe kwestie in voorbereiding, een triumviraat van ministers besloot bijeen te komen om dit nieuwe initiatief van de Kwestor te beoordelen. Het werd een fatale misgreep. Dit onverwachte ministeriƫle gewicht trok, in binnen- en buitenland, onmiddellijk de aandacht. De Kwestie die nog lang in nevelen gehuld had kunnen blijven werd alvast virtueel geboren. De Kwestor sprong een gat in de lucht, maakte een vreugdedans en trok zijn beste martelaarsgezicht. Men had geprobeerd, blaatte hij, hem in zijn kwestieuze actieradius te beperken.
Verdedigers van de vrijheid van actieradius voelden zich verplicht voor de Kwestor op te komen, zij het mondjesmaat en met gêne. Tegenstanders daarentegen schuimbekten dat ze zich nu al diep beledigd voelden door De Kwestie. Zodra die zichtbaar zou worden zouden ze het ding door de plee trekken, verscheuren tot de dikte van een kersttoespraak of verbranden. Dit was De Kwade Kwestie bij uitstek en die moest hoe dan ook gestopt woorden. In zijn handen wrijvend besloot de Kwestor zich muisstil te houden en te kijken hoe de zaak escaleerde. Hij was immers de enige die wist hoe De Kwestie er precies uit zag.
Er werden duizenden voorbeschouwingen geschreven, demonstraties gehouden en de media raakten in oorlog met elkaar om de Kwestierechten. Ook het Buitenland waarschuwde Het Koninkrijk: de kwestie kon wel eens tot een derde wereldoorlog uitgroeien of op z’n minst het einde der tijden inluiden. Op een dag – hij was net van vakantie teruggekeerd – verbrak de Kwestor de stilte. Hij schreef in een krant dat De Kwestie nog moest rijpen en dat hij meer tijd nodig had. De teleurstelling was groot: Het Koninkrijk begon in het saaie schuim der dagen terug te vallen. Mensen besloten zich weer met serieuze zaken bezig te houden of gingen naar de bioscoop.
Om de vijftien dagen riep de Kwestor dat hij bijna klaar was, maar hij zag hoe steeds vaker de schouders werden opgehaald. De zomer diende zich aan en iedereen ging naar Peking om Van den Hoogenband te zien zwemmen. De Kwestor bleef alleen achter in het Koninkrijk met in zijn hand De Kwestie, stevig aan een touwtje. Op 4 augustus liet hij De Kwestie de lucht invliegen. Maar er was niemand om te horen hoe het ding op tien meter hoogte uiteenspatte. Met het bekende geluid van een vermoeide zeepbel.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.